Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7561317 19/1922)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de ambtshalve rolvoeging met zaaknummer 200.278.894/01;
- het anticipatie-exploot ex artikel 126 Rv Pro;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord tevens provisionele vordering in incident op grond van artikel 223 Rv Pro jo artikel 353 Rv Pro met producties;
- de antwoordconclusie in incident;
- de mondelinge behandeling waarbij:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de ambtshalve rolvoeging met zaaknummer 200.278.857/01;
- de verstekverlening;
- de memorie van grieven met producties;
- de zuivering van het verstek;
- de memorie van antwoord tevens provisionele vordering in incident op grond van artikel 223 Rv Pro jo artikel 353 Rv Pro met producties;
- de antwoordconclusie in incident;
- de mondelinge behandeling waarbij:
3.De beoordeling
.
met een buitenunitwas deze toestemming op grond van het bepaalde in artikel 22 lid 2 van Pro het reglement vereist. Ook al zou het zo zijn dat het de aannemer is geweest die uiteindelijk de keuze heeft gemaakt voor de exacte plaats waar de buitenunit feitelijk is geïnstalleerd - [geïntimeerde] heeft dit betwist -, dan leidt dit er niet toe dat [appellant] hierop niet door [geïntimeerde] zou kunnen worden aangesproken. [appellant] heeft de airco-installatie met buitenunit gekocht en heeft de aannemer opdracht gegeven om deze te installeren. Dat hij de aannemer geen instructie heeft gegeven met betrekking tot de plaats waar de buitenunit zou moeten worden geïnstalleerd, komt in zijn rechtsverhouding tot [geïntimeerde] en de andere appartementseigenaren geheel voor zijn risico.