Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/348539/HA ZA 18-554)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
Ik begreep van [appellant] dat je hem vorige week vrijdag nog gesproken had.
Na definitieve opdracht van jullie kunnen de Aluminium profielen besteld worden.(…)”
Kun je mij de order bev. toesturen van de kozijnen die jullie gemeten hebben, dan controleren wij nog een keer de maten, zodat jullie kunnen starten met de productie(…)”.
Wil je de offertes die je gehad hebt ondertekenen en terug mailen?
Graag bestel ik bij deze de entreepui, voor levering en montage z.s.m.
In de bijlage de definitieve kozijntekeningen.
In de bijlage de aangepaste offerte.
En de rest van de werktekeningen(…)”.
De kozijn tekeningen welke door jullie zijn opgesteld op basis van jullie metingen, kloppen niet, soms zo erg dat de afdichting van de kozijnen ver binnen de dagkanten terecht komen.(…)
Terwijl ik alle tekeningen meerdere keren naloop op maatvoering e.d. vraag ik me gelijk af, kan ik, zoals jij het noemde een renovatie profiel van jullie zien, misschien een proef stukje of een project ergens bij een woonhuis?(…).”
Tot onze verbazing ontvangen wij factuur [factuurnummer] .
We zijn inmiddels ruim 10 maanden na jullie meet werk, nog steeds nergens, en wij moeten hier alles straks wind water dicht hebben!
Aanstaande woensdag half 12 komt de kraan om de kozijnen over het pand te takelen.
Gaan we zo regelen.
Zoals ik had gedacht had, en waarom we ook nog niet akkoord waren, de maten kloppen niet.
Op 13 november 2015 ben ik gebeld door [geïntimeerde junior] junior, om de prijs te bespreken. Onze eerste prijs voor de woonruimtes was € 20.945,- ex. BTW we hebben toen na telefonisch onderhandelen een vaste prijs van € 20.150,- ex. BTW afgesproken, zonder montage, alleen leveren van de materialen.
Ik begreep van [appellant] dat je hem vorige week vrijdag nog gesproken had.
Op 9 maart 2016 hebben de heer [medewerker 1 van appellante] en ik, [medewerker 2 van appellante] ,(…)
alle elementen, zoals omschreven in offerte [offertenummer 2] d.d. 29-01-2016, exact ingemeten. Voor de sparingen welke wij op dat moment niet konden inmeten hebben wij maten doorgekregen van de vader van de heer [geïntimeerde junior] . Deze sparingen hebben wij verwerkt op de matenlijst.
Bij opdracht krijg je van ons de details van de stelkozijnen maten en details van de te maken hardsteenonderdorpels t.b.v. Entreepui en merk B” (…)” en de e-mail van 1 juni 2016 12.24 uur (zie hiervoor onder 3.1.13) waarin door [medewerker 1 van appellante] de term offerte wordt gebruikt, kan het beroep van [appellant] op voornoemde verklaringen en de e-mail van 18 november 2015 niet leiden tot het oordeel dat [appellant] in redelijkheid mocht begrijpen dat tussen haar en [geïntimeerde] de door haar genoemde overeenkomsten - van 13 november 2015 conform de offerte van 6 november, naar het hof begrijpt 2015, en 9 maart 2016 conform de offerte van 29 januari 2016, naar het hof begrijpt met offertenummer [offertenummer 2] - tot stand zijn gekomen.