ECLI:NL:GHSHE:2021:675
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding wegens deelname aan avondklokrellen met plundering
Verdachte wordt verweten betrokken te zijn bij de avondklokrellen in ’s-Hertogenbosch, waarbij hij onder meer geweld tegen goederen pleegde, medepleegde aan vernieling van winkelinventaris, diefstal van wijnflessen en het verspreiden van opruiende teksten. Het hof beoordeelt deze feiten als bijzonder ernstig vanwege de maatschappelijke schade en het misbruik van het demonstratierecht.
Namens verdachte werd een beroep gedaan op schorsing van de voorlopige hechtenis op grond van artikel 67a, derde lid Wetboek van Strafvordering, maar het hof acht dit niet aan de orde. Het strafblad van verdachte is rijk gevuld, met meerdere eerdere veroordelingen die niet tot gedragsverandering hebben geleid. Volgens het reclasseringsrapport is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een hoog risico op recidive en letselschade.
Het hof weegt het belang van de samenleving bij het voortzetten van de voorlopige hechtenis zwaarder dan het persoonlijk belang van verdachte. Er zijn geen bijzondere zwaarwichtige omstandigheden die schorsing rechtvaardigen. Daarom wordt het hoger beroep en het verzoek tot schorsing afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt de gevangenhouding.