Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 maart 2021 uitspraak gedaan in het hoger beroep dat was ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter te Roermond. Appellanten hebben het hoger beroep ingetrokken, waarna geïntimeerde hiermee heeft ingestemd en tevens heeft verzocht appellanten te veroordelen in de proceskosten.
Het hof heeft vastgesteld dat appellanten geen grieven meer wensen in te brengen tegen het bestreden vonnis, waardoor zij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in het hoger beroep. Geïntimeerde heeft een specificatie van de gevorderde proceskosten overgelegd, waaronder griffierecht en advocaatkosten op basis van het liquidatietarief.
Het hof heeft de proceskostenvergoeding getoetst aan het toepasselijke liquidatietarief en geoordeeld dat de ingediende akte niet als een akte met bijzondere inhoud kan worden aangemerkt. Daarom is het gebruikelijke liquidatietarief van toepassing. Het hof veroordeelt appellanten in de proceskosten, begroot op € 332,00 aan griffierecht en € 393,50 aan salaris advocaat.
De uitspraak betekent dat het hoger beroep wordt afgesloten zonder inhoudelijke behandeling, met een proceskostenveroordeling ten laste van appellanten.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.