Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7206404 \ CV EXPL 18-6226)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling gehouden op 5 februari 2021, waarbij zijn verschenen [appellant] , bijgestaan door mr. Huurman en [juridisch adviseur] (juridisch adviseur), en Wonen Limburg, vertegenwoordigd door [bedrijfsjurist] (bedrijfsjurist), bijgestaan door mr. Schellekens.
3.De beoordeling
Honden en katten
Te verklaren voor recht dat gedaagde jegens eiser onrechtmatig gehandeld heeft, althans ernstig tekortgeschoten is in de nakoming van haar contractuele en wettelijke verplichtingen, in het bijzonder met betrekking tot het te verwachten huurgenot in een Woon/Zorg instelling voor oudere mindervaliden en naar aanleiding van de door eiser ingediende klachten een te verwachten vlotte, objectieve klachtafhandeling door actief oplossingsgericht handelen.
Gedaagde te veroordelen een gedeelte van de reeds betaalde huur over de periode februari 2014 tot augustus 2017 aan eiser te restitueren, te begroten op ten minste 50% van de maandelijkse huur of door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag.
Gedaagde te veroordelen aan eiser immateriële schadevergoeding te betalen. Gelet op de verplichtingen van gedaagde jegens eiser, haar houding, de duur en de ernst van de klachten en de effecten van de klachten op zijn gezondheid en van wijlen diens echtgenote vindt eiser een bedrag van € 9.000,-- billijk of te begroten op een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag.
Gedaagde zal veroordelen in al de kosten van onderhavige procedure, daaronder begrepen de door UEA in goede justitie te begroten nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten inclusief de nakosten, te berekenen vanaf veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.
De huurovereenkomst laat het toe dat bewoners een hond en/of kat houden.’. Naar het oordeel van het hof dient deze regel gezien de bewoordingen daarvan, met name door het gebruik van ‘en/of’, zo te worden uitgelegd dat de huurovereenkomst toestaat dat huurders meer dan één huisdier houden. In redelijkheid kan aan het huishoudelijk reglement niet de verstrekkende betekenis worden toegekend dat als een huurder meerdere huisdieren heeft, Wonen Limburg daartegen onmiddellijk handhavend dient op te treden. Dat kan anders zijn als er sprake is van objectief waarneembare overlast. Niet in geschil tussen partijen is dat de buurvrouw van nummer [huisnummer] , [buurvrouw] , op een gegeven moment veel katten (15 stuks) had in haar woning. Dat er sprake was van overlast in bovenvermelde zin, heeft [appellant] echter onvoldoende onderbouwd tegenover de gemotiveerde betwisting door Wonen Limburg.
onzichtbarekattenharen. Nu de vereiste onderbouwing voor de gestelde overlast ontbreekt, komt het hof niet toe aan bewijslevering; het door [appellant] gedane bewijsaanbod wordt om deze reden gepasseerd.
EBI-arrest (HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376,
NJ2019/162). Er is niet komen vast te staan dat [appellant] (of wijlen zijn echtgenote) door het handelen/nalaten van Wonen Limburg is aangetast in zijn persoon als bedoeld in artikel 6:106 lid Pro 1, aanhef en onder b, BW. [appellant] heeft hierover geen althans onvoldoende concrete gegevens verschaft (zie rov. 4.2.1 van het EBI-arrest). Dat wijlen de echtgenote van [appellant] een kattenallergie had, kan niet zonder meer worden aangenomen, te meer niet nu Wonen Limburg dit uitdrukkelijk heeft betwist. Niet is gebleken dat er sprake is van een schending van een fundamenteel recht van [appellant] (of wijlen zijn echtgenote). Aan de vereisten voor toewijzing van [appellant] ’ vordering tot immateriële schadevergoeding is derhalve niet voldaan.