Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Ramakers;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Kunze.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn in 2017 te Tunesië gehuwd. De rechtbank Limburg sprak op 3 december 2019 de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht is en dat er uitzicht is op herstel van de echtelijke verhoudingen. Hij stelde ook dat zijn culturele achtergrond en verblijfsvergunning belangwekkende factoren zijn om het huwelijk in stand te houden.
De vrouw stelde dat partijen sinds januari 2019 geen gemeenschappelijke huishouding meer voeren, geen contact meer hebben en dat zij inmiddels een nieuwe relatie heeft. Zij betwist dat de man pogingen heeft gedaan het huwelijk te herstellen en vermoedt dat de man formeel gehuwd wil blijven vanwege zijn verblijfsvergunning.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Op grond van artikel 1:151 BW Pro is vereist dat het huwelijk duurzaam ontwricht is. Het hof volgt de rechtbank in de conclusie dat het huwelijk duurzaam ontwricht is, mede omdat de man geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en veroordeelt de man in de proceskosten van het hoger beroep, omdat het hoger beroep kansloos was en nodeloos is ingesteld. De proceskosten worden vastgesteld op € 2.560,- inclusief griffierecht en advocaatkosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting en veroordeelt de man in de proceskosten van het hoger beroep.