ECLI:NL:GHSHE:2021:4416

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 december 2021
Publicatiedatum
9 juni 2022
Zaaknummer
20-002205-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vonnis politierechter inzake geldboetes en rijontzegging

In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 14 oktober 2020. Het hof vernietigt het vonnis voor wat betreft de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen.

Het hof veroordeelt verdachte tot een geldboete van €800, te vervangen door 16 dagen hechtenis bij niet-betaling, en legt een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op voor negen maanden, met een proeftijd van twee jaar waarin de ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Daarnaast wordt de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf bevestigd met aangepaste termijnen en bedragen. De vordering tot tenuitvoerlegging van een andere voorwaardelijke straf wordt door het hof niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige bevestigt het hof het vonnis van de politierechter met aanvullingen en verbeteringen van de gronden.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor het opgelegde strafgedeelte en legt nieuwe geldboetes, hechtenis en rijontzegging op, bevestigt overige onderdelen en verklaart een vordering niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Parketnummer: 20-002205-20

Uitspraak : 10 december 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, van 14 oktober 2020, met parketnummer 96-187516-20, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen onder parketnummers 22-003635-17 en 96-207539-19, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
wonende te [adres] .

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 800,00 (achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
16 (zestien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de
geldboetesmag worden voldaan in
8 (acht) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
9 (negen) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 november 2019, parketnummer 96-207539-19, te weten van een
geldboetevan
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
5 (vijf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
2 (twee) termijnenvan
1 maand, groot
€ 100,00 (honderd euro) en 1 (één) termijnvan
1 maand, groot
€ 50,00 (vijftig euro).
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 22-003635-17.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige met aanvulling c.q. verbetering van gronden.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. C.P.J. Scheele.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 december 2021.