Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2021:4368

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
28 juli 2021
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
20-003756-19
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis economische politierechter inzake overtredingen Wet dieren

In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Limburg bevestigd, met uitzondering van de strafmaat. De zaak betreft opzettelijke overtredingen van verschillende voorschriften uit de Wet dieren, waaronder artikel 2.7, 2.2 zevende lid, en 2.1 eerste lid.

De advocaat-generaal vorderde een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een geldboete van € 1.000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis. De verdachte voerde geen verweer. Het hof heeft de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten aangepast en de toepasselijke wettelijke voorschriften verduidelijkt.

Daarnaast zijn de vorderingen van drie benadeelde partijen toegewezen, met bedragen variërend van € 127,21 tot € 373,78, vermeerderd met wettelijke rente vanaf respectievelijke data in 2017. Het hof bevestigde het vonnis met inachtneming van deze aanpassingen en oordeelde dat de schadevergoedingsmaatregelen opgelegd dienen te worden.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de economische politierechter en wijst schadevergoedingen toe aan benadeelde partijen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003756-19
Uitspraak : 28 juli 2021
VERSTEK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Limburg van 21 november 2019, in de strafzaak met parketnummer 82-219107-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf. Gevorderd is dat verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstaf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis en tot betaling van een geldboete van € 1.000,00, subsidiair 20 dagen hechtenis. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen is, conform het vonnis van de economische politierechter, gevorderd dat:
  • de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 127,21, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 189,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 373,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Door of namens verdachte is geen verweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, behalve voor zover het betreft de door de economische politierechter in het vonnis opgenomen kwalificaties van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Omwille van de leesbaarheid heeft het hof hieronder de verbeterde kwalificaties van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten opgenomen alsook de kwalificatie van het onder 3 bewezenverklaarde feit zoals deze reeds in het vonnis van de economische politierechter is opgenomen.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.7 van de Wet dieren, opzettelijk begaan.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, zevende lid van de Wet dieren, opzettelijk begaan.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.1, eerste lid van de Wet dieren, opzettelijk begaan.
Voorts is het hof van oordeel dat in plaats van de door de economische politierechter genoemde artikelen de hierna genoemde wettelijke voorschriften aangehaald dienen te worden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, de artikelen 2.1, 2.2. en 2.7 van de Wet Dieren, de artikelen 1.19, 1.20, 3.6, 3.7 en 3.8 van het Besluit houders van dieren zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. D.A.E.M. Hulskes, voorzitter,
mr. K.J. van Dijk en mr. O.M.J.J. van de Loo, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.J.G. Verhaeg, griffier,
en op 28 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. K.J. van Dijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.