ECLI:NL:GHSHE:2021:388
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling moeder en minderjarige na uithuisplaatsing en corona-beperkingen
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot een omgangsregeling met haar minderjarige kind afwees. De minderjarige verblijft sinds 2017 in een pleeggezin en staat onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder was onder curatele gesteld en had geen gezag; het gezag van de vader is beëindigd en de GI is benoemd tot voogd.
De moeder vordert een omgangsregeling met haar kind, waaronder wekelijkse belcontacten en begeleide omgang, en een onderzoek naar de mogelijkheden daarvan. De GI en de raad ondersteunen een beperkt contact vanwege hechtingsproblematiek en de onbetrouwbaarheid van de moeder, wat tot teleurstellingen bij het kind heeft geleid. De pleegouders bevestigen de onrust en benadrukken het belang van een stabiele omgang.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en stelt een omgangsregeling vast waarbij de moeder drie keer per jaar begeleid contact heeft met de minderjarige, met het eerste moment binnen één maand na het opheffen van corona-maatregelen. Daarnaast is er een maandelijks (beeld)belmoment van een half uur op de eerste maandag van de maand. Het hof wijst het verzoek tot een uitgebreider onderzoek af en benadrukt dat de moeder zich aan afspraken moet houden in het belang van het kind.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast met driemaal per jaar begeleid contact en maandelijks een belmoment, met hervatting binnen één maand na corona-maatregelen.