ECLI:NL:GHSHE:2021:3872
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken bewijs wederrechtelijk voordeel uit hennepplanten
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant inzake de ontnemingsvordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
De betrokkene werd in de onderliggende strafzaak veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten, maar vrijgesproken van het telen en verwerken daarvan. De rechtbank had het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €128.816,22 en een betalingsverplichting opgelegd.
Het hof oordeelde dat het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten onvoldoende grond biedt om aan te nemen dat verdachte daadwerkelijk financieel voordeel heeft genoten. Er waren geen aanwijzingen dat betrokkene uit de hennepplanten vermogensvermeerdering heeft behaald die als wederrechtelijk voordeel kan worden aangemerkt.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees de ontnemingsvordering af, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkene enig financieel voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde feit of andere strafbare feiten.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van daadwerkelijk genoten financieel voordeel.