Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.[de B.V.] ,
[geïntimeerde [455]],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing in hoger beroep
€ 1.500,00
€ 2.031,00(1 punt x tarief IV á € 2.031,00)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om de nakoming van een koopovereenkomst waarbij een mobiel buffet werd verkocht voor €125.000, waarvan €40.000 direct was betaald en de resterende €85.000 in maandelijkse termijnen volgens een geldleningsovereenkomst. De koop- en geldleningsovereenkomst zijn onderworpen aan Duits recht. De vennoten van de vennootschap onder firma (VOF) werden aangesproken voor de betaling van de openstaande termijnen.
De rechtbank wees de vordering van de verkoper af, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de VOF en dat de resterende koopsom van €77.864,72 opeisbaar is, ondanks dat een deelbetalingen was verricht die onvoldoende was onderbouwd. Het beroep op niet-opeisbaarheid wegens vermeende frustratie van verzekeringsuitkering werd verworpen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing.
Verder werd de Duitse wettelijke rente van vijf procent boven de basisrente vanaf 28 maart 2018 toegewezen, conform het Weens koopverdrag en het toepasselijke Duitse recht. De kosten van beide instanties werden aan de vennoten opgelegd, terwijl een afzonderlijke procedure tegen een vennoot werd afgewezen wegens onvoldoende motivering.
Uitkomst: Geïntimeerden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €77.864,72 plus Duitse wettelijke rente vanaf 28 maart 2018.