Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] ,
F. van Lanschot Bankiers N.V.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/323701 / HA ZA 17-495)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 14 augustus 2018 met een productie (het vonnis van 27 juni 2018);
- de memorie van grieven van [appellant c.s.] van 29 januari 2019 met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord van Van Lanschot van 23 april 2019;
- het schriftelijk pleidooi op 8 september 2020, waarbij partijen pleitnotities met productie(s) hebben overgelegd.
3.De beoordeling
mutatis mutandishetzelfde als met de daarmee overeenkomende onderdelen 2), 4) en 5) van de subsidiaire vordering ten aanzien van de Nederlandse hypotheek. Het hof verwijst naar hetgeen hiervoor met betrekking tot die onderdelen is beslist en concludeert ook hier dat de subsidiaire vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt.