Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
8.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 16 oktober 2018;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 29 mei 2019;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 12 december 2019;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 20 februari 2020;
- de incidentele conclusie ex artikel 843A Rv van [geïntimeerden] , met producties 23 tot en met 25;
- de conclusie van antwoord in het incident van [appellanten] met producties 2 tot en met 6.
9.De beoordeling
aan [appellanten] verzocht om de administratie, meer in het bijzonder de jaarrekeningen van voormelde holding over de jaren 2012 tot en met 2015 vrijwillig in het geding te brengen en om haar toenmalige boekhouder [persoon A] toestemming te geven om afschriften van die bescheiden aan [geïntimeerden] ter beschikking te stellen. [appellanten] heeft geweigerd hieraan gehoor te geven.
toewijzenen overweegt daarover het volgende.