Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
8.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
9.De verdere beoordeling
€ 700,-- huur, inclusief servicekosten. Tot het eind van het jaar betekent dit een betalingsverplichting van, in totaal, € 8.250,--. [appellant 1] heeft erkend dat hij tevens gebruik maakt van de appartementen C en D, die hij volgens contract voor één nacht had gehuurd voor € 100,--. Hij verblijft daar nu vanaf 23 augustus 2020. Door [geïntimeerde] is gesteld dat zij hierdoor maandelijks een bedrag van € 2.752,-- misloopt, hetgeen neerkomt op een bedrag van ruim € 11.000,-- over vier maanden. Zo dus de heer [zakenpartner van verhuurder] zich aan zijn betalingsverplichtingen jegens [appellant 1] (en zijn familie) zou gaan houden én hem het gestelde geleende bedrag terugbetaalt én [appellant 1] dit bedrag aan de verhuurder betaalt, dan nog heeft [appellant 1] niet voldaan aan al zijn verplichtingen jegens de verhuurder.