ECLI:NL:GHSHE:2021:3089

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 oktober 2021
Publicatiedatum
12 oktober 2021
Zaaknummer
200.290.770_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Recreatiepark informeert kopers niet over verbod permanente bewoning, bedrog en dwaling

In deze civiele zaak gaat het om kopers van kavels op een recreatiepark die niet zijn geïnformeerd over het verbod op permanente bewoning. Appellanten, waaronder erfgenamen van overleden oorspronkelijke partijen, voeren bedrog, dwaling en onrechtmatige daad aan tegen de verkopende partijen, bestaande uit verschillende B.V.'s.

Het hof heeft vastgesteld dat de oorspronkelijke partijen rechtsgeldig zijn opgevolgd door de erfgenamen die nu appellanten zijn. Dit is bevestigd aan de hand van verklaringen van erfrecht die zijn overgelegd. De procedure is voortgezet met het verwijzen van de zaak naar een rolzitting voor het indienen van memorie van grieven.

De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het hof heeft in een tussenarrest al een voorlopige beoordeling gegeven en nu het vervolgproces voorbereid. De kern van het geschil is de informatieplicht en mogelijke misleiding bij de verkoop van recreatiekavels.

De uitspraak van het hof bevestigt de voortzetting van de procedure en de rechtsgeldige positie van de erfgenamen, zonder inhoudelijke beslissing over de hoofdpunten van bedrog en dwaling. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en openbaar uitgesproken op 12 oktober 2021.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rolzitting voor memorie van grieven en de rechtsopvolging van de overleden partijen is bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.290.770/01
arrest van 12 oktober 2021
in de zaak van

1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2.
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
3.
[appellante 1],
wonende te [woonplaats] ,
4.
[appellant 3],
wonende te [woonplaats] ,
5.
[appellante 2],
wonende te [woonplaats] ,
6.
[appellante 3],
handelend voor zichzelf en in hoedanigheid van erfgename van [erflater 1],
wonende te [woonplaats] ,
7.
[appellant 4] in hoedanigheid van erfgenaam van [erflater 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
8.
[appellant 5] in hoedanigheid van erfgenaam van [erflater 1],
wonende te [woonplaats] ,
9.
[appellant 6],
wonende te [woonplaats] ,
10.
[appellante 4],
wonende te [woonplaats] ,
11.
[appellante 5] , handelend voor zichzelf en in hoedanigheid van erfgename van [erflater 2],
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. W.G.M. Vos te Breda,
tegen

1.Arcen Spa Invest B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
Rebel Beheer Zeeland B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3.
Roompot Service B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. M.H.J. Langerak te Amsterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 22 juni 2021 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer C/02/348746 / HA ZA 18-571 gewezen vonnis van 9 september 2020.

5.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenarrest van 22 juni 2021;
  • de akte na tussenarrest van appellante sub 11 met een productie;
  • de akte na tussenarrest van appellanten sub 6, 7 en 8 met een productie;
  • de antwoordakte van geïntimeerden.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6.De verdere beoordeling

6.1.
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof appellanten sub 6, 7, 8 (naar aanleiding van het overlijden van [erflater 1] ) en 11 (naar aanleiding van het overlijden van [erflater 2] ) in de gelegenheid gesteld om een verklaring van erfrecht in het geding te brengen waaruit de rechtsopvolging blijkt.
6.2.
Appellanten sub 6, 7 en 8 hebben een verklaring van erfrecht overgelegd waaruit volgt dat [erflater 1] de appellanten sub 6, 7 en 8 tot zijn enige erfgenamen heeft achtergelaten, ieder voor een/derde deel van zijn nalatenschap.
6.3.
Uit de door appellante sub 11 overgelegde verklaring van erfrecht volgt dat zij enig erfgename van [erflater 2] is.
6.4.
Geïntimeerden hebben zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
6.5.
Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat de oorspronkelijke, inmiddels overleden, procespartijen in eerste aanleg, [erflater 1] en [erflater 2] , rechtsgeldig zijn opgevolgd door appellanten sub 6, 7 en 8 respectievelijk appellante sub 11.

7.De uitspraak

Het hof:
verstaat dat appellanten sub 6, 7 en 8 de rechtsopvolgers van [erflater 1] zijn en appellante sub 11 de rechtsopvolgster van [erflater 2] ;
verwijst de zaak naar de rol van 23 november 2021 voor memorie van grieven aan de zijde van appellanten.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 oktober 2021.
griffier rolraadsheer