Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/386657 / KG ZA 21-262)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het beroepen vonnis en producties 1 tot en met 4;
- de memorie van antwoord in de hoofdzaak, tevens houdende antwoord op de incidentele vordering, met producties.
3.De beoordeling
- [appellant] en [geïntimeerde] zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 30 april 2015 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 20 augustus 2015 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
- Bij vonnis van diezelfde rechtbank van 24 april 2019 is de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen gelast. Ter zake de woning met de daarbij behorende bedrijfsopstallen staand en gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: de onroerende zaak) is daarbij bepaald dat deze aan [appellant] worden toebedeeld voor een waarde van € 400.000,-- onder de voorwaarde dat [geïntimeerde] zal worden ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire leningen. In het vonnis is voorts bepaald dat, indien geen ontslag uit deze hoofdelijke aansprakelijkheid mogelijk is, partijen de onroerende zaak moeten verkopen en de overwaarde bij helfte moeten verdelen.
- Het is niet gekomen tot een ontslag van [geïntimeerde] uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire leningen.
- [geïntimeerde] heeft [appellant] bij dagvaarding van 3 augustus 2019 in kort geding betrokken en onder meer een machtiging tot verkoop en levering van de onroerende zaak gevorderd. In dit kort geding heeft op 22 oktober 2019 een zitting plaatsgevonden. Ter zitting hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. In die vaststellingsovereenkomst staat onder meer:
- Op 30 januari 2020 hebben partijen opdracht verleend aan [makelaar] tot het verlenen van diensten bij de verkoop van de onroerende zaak.
- Door bemiddeling van de makelaar zijn er kopers gevonden ( [de kopers] ) die de onroerende zaak willen kopen voor € 460.000,--. De makelaar heeft een koopovereenkomst opgesteld die door [de kopers] op 28 april 2021 en door [geïntimeerde] op 5 mei 2021 is ondertekend. [appellant] heeft geweigerd om de koopovereenkomst mede te ondertekenen. Bij e-mail van 3 juni 2021 heeft de makelaar daarover het volgende meegedeeld aan de rechtbank Zeeland-West-Brabant:
- I. een machtiging om namens [appellant] over te gaan tot verkoop en levering van de onroerende zaak aan de [adres] te [plaats] conform de koopovereenkomst die als productie 6 bij de dagvaarding is gevoegd;
- II. een machtiging om uit de verkoopopbrengst van die onroerende zaak de daaraan verbonden hypothecaire schulden te voldoen alsmede te voldoen alle kosten vallende op verkoop en levering van die zaak;
- III. veroordeling van [appellant] tot ontruiming van die onroerende zaak, met al het zijne en de zijnen, uiterlijk op 1 juli 2021 althans uiterlijk per de datum van het notarieel transport van die zaak indien dat transport met inachtneming van de aan deze dagvaarding gehechte concept koopovereenkomst later zal worden bepaald dan die datum;
- IV. veroordeling van [appellant] in de kosten van de ontruiming voor het geval hij daarmee nalatig blijft;
- [geïntimeerde] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen (rov. 4.3).
- In de vaststellingsovereenkomst van 22 oktober 2019 zijn partijen een aantal verplichtingen aangegaan met betrekking tot de verkoop van de onroerende zaak. Uitgangspunt is dat de vaststellingsovereenkomst moet worden nagekomen. Omdat volledige medewerking van [appellant] aan het verkooptraject niet te verwachten is, moeten de door [geïntimeerde] gevorderde machtigingen worden verleend (rov. 4.4).
- [appellant] zal worden veroordeeld de woning uiterlijk 4 weken na betekening van het vonnis te ontruimen (rov. 4.5).
- [geïntimeerde] gemachtigd om namens [appellant] over te gaan tot verkoop en levering van de onroerende zaak aan het adres [adres] te [plaats] , zulks conform de koopovereenkomst die als productie 6 bij de dagvaarding is gevoegd;
- [geïntimeerde] gemachtigd om uit de verkoopopbrengst van die onroerende zaak de daaraan verbonden hypothecaire schulden te voldoen alsmede te voldoen alle kosten, vallende op verhoop en levering van die onroerende zaak;
- [appellant] veroordeeld tot ontruiming van de onroerende zaak uiterlijk 4 weken na betekening van het vonnis;
- [appellant] in de kosten van ontruiming veroordeeld voor het geval hij daarmee nalatig blijft;
- het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de proceskosten gecompenseerd, aldus dat iedere partij de eigen kosten moet dragen;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.