Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7521236 CV EXPL 19-799)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en eiswijziging;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met een eiswijziging en een productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de op 13 september 2021 gehouden mondelinge behandeling waarbij van de zijde van [geïntimeerden] een pleitnota in het geding is gebracht;
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling van de zijde van Tiwos bij brieven van 23 augustus 2021 en 2 september 2021 gestuurde producties 1 tot en met 4 en van de zijde van [geïntimeerden] bij rolformulier van 31 augustus 2021 gestuurde ongenummerde producties.
3.De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
“Blijkens de parlementaire geschiedenis van (het op woonruimte betrekking hebbende) artikel 7A:1623n (oud) BW -dat in zoverre ongewijzigd is opgegaan in het huidige artikel 7:231 lid 1 BW Pro - strekt die verplichte tussenkomst immers ertoe dat zodanige ontbinding “alleen op verantwoorde wijze kan (plaatsvinden) wanneer de rechter het gewicht van de tekortkoming in verhouding tot het woonbelang van de huurder vooraf beoordeelt” (Kamerstukken II 1978/79, 14249, nr. 11, p. 3).”