Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
5.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 15 december 2020 waarbij een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 17 maart 2021;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep en incidentele memorie van eis tot onbevoegdheid ex artikelen 223 Rv, 705 Rv en 701 Rv, met producties;
- de antwoordmemorie in het incident van [appellante] ;
3.De beoordeling
- voor recht te verklaren dat het paard [paard] haar in eigendom toebehoort;
- afgifte van dat paard en de bijbehorende papieren, op straffe van een dwangsom;
- voor recht te verklaren dat [geïntimeerden] jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld door de overige paarden (en de veulens van [paard] ) aan derden te verkopen;
- hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerden] om de schade die daarvan het gevolg is te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
- opheffing van alle door [appellante] ten laste van [geïntimeerden] gelegde conservatoire beslagen, namelijk de beslagen die zijn gelegd op de op bladzijde 44 van de memorie van [geïntimeerden] genoemde percelen en op het paard [paard] ;
- [appellante] te verbieden opnieuw conservatoir beslag te doen leggen ten laste van [geïntimeerden] , op straffe van verbeurte van een dwangsom;