Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[holding] Holding B.V. ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/356426 / HA ZA 19-192)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 20 maart 2020 met grieven en producties;
- de memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het voorwaardelijk incidenteel appel van [geïntimeerde] van 16 juni 2020;
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel appel van [appellanten] van 28 juli 2020 met een productie.
3.De beoordeling
Partij [directeur van appellanten] draagt zorg voor een depot van € 80.000,- op de derdenrekening van [advocaten] Advocaten [vestigingsplaats] . De eerste €40.000,- zal uit het depot worden voldaan. Het resterende bedrag van € 40.000,- zal in depot blijven, totdat de hierna onder punt 3 te beschrijven levering van “de grond” onherroepelijk zal plaatsvinden. Het bedrag van € 40.000,- zal dan verrekend worden met de waarde van die grond. (...)”
“tbv dossier partij [directeur van appellanten] ”.
“volgens afspraak inzake [directeur van appellanten] ”.
Anno 2015 was de heer [directeur van appellanten] (met zijn juridische entiteit [directeur van appellanten] ) al jarenlang bezig met de ontwikkeling en realisatie van een stuk grond op de [adres] te [plaats] op welk perceel het de bedoeling was [van] meerdere woningen te realiseren. In dit kader heeft de heer [directeur van appellanten] destijds diverse gesprekken met [directeur van geintimeerde] gevoerd.”(punt 6). Hieruit blijkt dat ook [appellanten] uitgaan van de persoonlijke betrokkenheid van [directeur van appellanten] . In de vaststelling van de feiten staat niet dat [directeur van appellanten] daarbij uitsluitend in privé heeft gehandeld, alleen dat hij het initiatief heeft genomen. Daar zijn partijen het ook over eens, zodat grief I van [appellanten] wordt verworpen. Het hof gaat ook in hoger beroep uit van de overigens onbestreden gebleven feiten.