Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.de vennootschap onder firmaTimmer- en Aannemersbedrijf [V.O.F] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 4] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6175909/CV EXPL 17-6700)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met productie 24, tevens memorie van grieven in incidenteel appel;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
- de op 1 april 2010 bij de griffie binnengekomen producties 25 t/m 27, die [geïntimeerde] bij pleidooi van 27 november 2020 in het geding heeft gebracht;
- het pleidooi van 27 november 2020, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
Zoals eerder is besproken heeft [appellant 4] kenbaar gemaakt, dat hij over ca. 3 ‘a 4 jaar wil staken als ondernemer bij zijn bedrijf. Hij wil (samen met zijn overige firmanten) de afdeling Aanneembedrijf overdragen aan een opvolger. (…) [geïntimeerde] is thans als werknemer in dienst sinds oktober 2009. Hij heeft tot heden een brede ontwikkeling laten zien, die het bedrijf mede ten goede is gekomen. (…)
Ik denk dat het besprekingsverslag in grote lijnen klopt en dat de tijdlijn met voorwaarden vanuit bouwbedrijf [appellant 1] globaal uiteen zijn gezet. Graag ontvang ik de resultaten van het jaar 2009 t/m 2012 met daarbij de afgesproken fee die ik met [appellant 4] heb afgesproken. Deze kan ik dan inhoudelijk met mijn adviseur bespreken wat het verstandigste is op welke manier en tijdstip deze te verzilveren. Daarnaast heb ik dan ook financieel inzicht in het bedrijf om de financieringsbehoefte in kaart te brengen.(…)
(…) 1.1 [appellant 1] verklaart dat [geïntimeerde] de eerste gegadigde is om het bedrijf over te nemen.
(…) Mijn client heeft tijdens dat gesprek aangegeven dat hij na de laatste bespreking medio 2014 met ondergetekende en u geen concreet voorstel heeft ontvangen. Daarom heb ik u op 17-01-2017 een vriendelijk verzoek gestuurd en met u (…) overeengekomen dat u uiterlijk vorige week met een voorstel zou komen. (…)U heeft aangegeven dat de fee dan wel winstuitkering vanaf 2010 keurig in de boeken is verwerkt en mijn cliënt zich geen zorgen hoeft te maken over dit gereserveerde bedrag en de nakoming van de afspraak. (…)”
Zij biedt de onderneming aan voor een bedrag van € 1.750.000,---. Activa (voor alle duidelijkheid: liquiditeiten op de bankrekeningen komen mij cliënte toe) en passiva worden dan overgenomen, waaronder materieel (met uitzondering van de machines die in de werkloods staan), personeel, orderportefeuille, goodwill, e.d. Dit bedrag dient in één keer te worden betaald. De vraagprijs is niet onderhandelbaar. Het is te nemen of te laten.
[appellant 1] heeft daaraan ten grondslag gelegd aan [geïntimeerde] goederen te hebben verkocht en geleverd voor de bouw van zijn woonhuis en daarvoor een tweetal facturen te hebben verstuurd van
€ 22.978,59, respectievelijk € 4.332,33 die onbetaald zijn gebleven. Daarnaast is het beslag van [geïntimeerde] volgens [appellant 1 c.s.] onrechtmatig omdat de vordering van [geïntimeerde] lager is dan de tegenvordering van [appellant 1 c.s.] als gevolg waarvan [appellant 1 c.s.] schade lijdt.
€ 18.000,- inclusief BTW te betalen.
- alsnog de vorderingen van [geïntimeerde] af te wijzen voor zover deze vorderingen een bedrag van € 7.883,65 bruto te boven gaan;
- te bepalen dat [geïntimeerde] al hetgeen [appellant 1 c.s.] heeft voldaan ter uitvoering van het bestreden vonnis dient terug te betalen vermeerderd met wettelijke rente;
.Van [appellant 1 c.s.] had derhalve tenminste mogen worden verwacht de boekwaarde van het bedrijf op dat moment te onderbouwen, althans daarin inzage te geven, opdat [geïntimeerde] zich een beeld kon vormen wat het bedrijf waard was.
Loon/beloning en extra’s gedurende periode 1-1-2013 tot overname datum ca. 1-1-2017”.Hieruit blijkt naar het oordeel van het hof dat het de bedoeling van partijen was dat [geïntimeerde] recht zou hebben op een winstgerelateerde uitkering tot aan de datum dat de onderneming zou worden overgenomen, althans daarvan zou worden afgezien. Dat partijen na hun bespreking in 2012 over de periode andere, afwijkende afspraken zouden hebben gemaakt is niet gesteld of gebleken. Waarom bij een overname op een moment na 1 januari 2017 geen winstgerelateerde uitkering over de periode vanaf 1 januari 2017 tot aan de overname zou zijn verschuldigd, heeft [appellant 1 c.s.] tot slot ook niet toegelicht en ligt zonder nadere toelichting niet voor de hand.
2010een jaarlijkse winstuitkering ontvangt van ten minste tien procent van het resultaat omdat partijen al vanaf het aangaan van de arbeidsovereenkomst de intentie hadden dat [geïntimeerde] het bedrijf zou overnemen. Uit het feit dat in de arbeidsovereenkomst de resultaten over 2010 tot en met 2012 staan vermeld, blijkt volgens [geïntimeerde] dat partijen hebben beoogd ook over die jaren de beloning overeen te komen.
- De arbeidsovereenkomst is ingegaan op 1 oktober 2009 en niet op 1 januari 2010;
- In het verslag van [adviseur appellant 1] uit 2012 staat:
- In een e-mail van 5 november 2012 van [geïntimeerde] aan [appellant 1] staat:
Ik denk dat het besprekingsverslag in grote lijnen klopt en dat de tijdlijn met voorwaarden vanuit bouwbedrijf [appellant 1] globaal uiteen zijn gezet. Graag ontvang ik de resultaten van het jaar 2009 t/m 2012 met daarbij de afgesproken fee die ik met [appellant 4] heb afgesproken. Deze kan ik dan inhoudelijk met mijn adviseur bespreken wat het verstandigste is op welke manier en tijdstip deze te verzilveren. Daarnaast heb ik dan ook financieel inzicht in het bedrijf om de financieringsbehoefte in kaart te brengen.”
[appellant 1 c.s.] heeft hierop niet gereageerd.
U heeft aangsegeven dat de fee dan wel winstuitkering vanaf 2010 keurig in de boeken is verwerkt en mijn client zich geen zorgen hoeft te maken over dit gereserveerde bedrag en de nakoming van de afspraak. (…)”
€ 22.978,59, respectievelijk € 4.332,33. [geïntimeerde] heeft van de eerste factuur de verschuldigdheid van een aantal posten en het door [appellant 1] gehanteerde opslagpercentage bij beide facturen betwist. Volgens [geïntimeerde] is een opslagpercentage gehanteerd van tien tot vijftien procent en is geen opslagpercentage overeenkomen.
- dat partijen zijn overeengekomen dat [geïntimeerde] vanaf 2010 recht heeft op de jaarlijkse winstgerelateerde uitkering (rov. 3.8.3.);
- dat hij acht zakken van de geleverde zakken metselcement naar het project [project] in [plaats] heeft gebracht (rov. 3.9.3);
- dat hij tijdig heeft geklaagd over de hagelschade aan de afvoerbuizen (rov. 3.9.3).