Op 18 januari 2016 vond in Heesch een demonstratie plaats tegen de komst van een asielzoekerscentrum. De demonstratie escaleerde toen een grote groep jongeren, waaronder de verdachte, stenen, houten voorwerpen en zwaar vuurwerk gooiden richting de Mobiele Eenheid (ME) en het gemeentehuis. De verdachte werd geïdentificeerd als een van de hoofdplegers, aangeduid als 'Verdachte A'.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld, maar stelde hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam. Na onderzoek achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig maakte aan openlijk geweld in vereniging, met opzet en een significante bijdrage aan de geweldshandelingen.
Het hof oordeelde dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden en legde daarom een taakstraf van 120 uur op zonder gevangenisstraf. De vorderingen van vijf benadeelde politieagenten tot immateriële schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing en verwezen naar de burgerlijke rechter.
De strafrechtelijke kwalificatie betrof openlijk geweld tegen personen en goederen, met inachtneming van de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van de verdachte. Het arrest werd op 20 augustus 2021 uitgesproken door het hof 's-Hertogenbosch.