Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7952030 \ CV EXPL 19-5277)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord (blijkens het H16-formulier van [geïntimeerde 1] van 31 augustus 2020 is in de kop bovenaan deze memorie abusievelijk vermeld ‘tevens memorie van grieven in incidenteel appel’);
- de akte van [appellante] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde 1] .
3.De beoordeling
‘op diverse plaatsen waren gedeformeerd’(zie de eerste hiervoor in rov. 3.7 geciteerde passage daaruit). Hier komt bij dat [appellante] niet heeft aangegeven wat die bijzondere oorzaak dan is die er volgens haar moet zijn. De onderhavige stelling kan [appellante] daarom evenmin baten.
i.e. de geldelijke tegenprestatie voor geleverde diensten op grond van een handelsovereenkomst, en niet op andere geldelijke verplichtingen. Voorts wordt de wettelijke rente over de proceskosten toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest, in plaats van vanaf twee dagen vanaf het in dezen te wijzen arrest zoals door [geïntimeerde 1] is gevorderd. Een termijn korter dan veertien dagen wordt niet redelijk geacht in de zin van artikel 6:82 lid 1 BW Pro.