Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2021:2608

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 juli 2021
Publicatiedatum
20 augustus 2021
Zaaknummer
000605-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen gevangenhouding wegens diefstal met gevaar voor herhaling afgewezen

Verdachte is in eerste aanleg door de rechtbank voor 90 dagen in voorlopige hechtenis gesteld wegens diefstal van blikjes drank bij een supermarkt. Tegen deze gevangenhouding is hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde het beroep zes weken na het instellen, wat niet als voorspoedig werd beoordeeld, maar dit werd niet als schending van de belangen van verdachte gezien omdat de inhoudelijke behandeling na ongeveer 60 dagen zou plaatsvinden.

Uit het dossier blijkt dat verdachte bekend heeft en dat er voldoende bewijs is voor de diefstal. Verdachte heeft een verleden met soortgelijke delicten en kampt met criminogene omstandigheden zoals dakloosheid en middelengebruik, wat het hof aanleiding geeft te vrezen voor herhaling.

Namens verdachte werd een beroep gedaan op artikel 67a, derde lid, Sv, maar dit werd verworpen omdat het openbaar ministerie een ISD-maatregel vordert en de reclassering een onvoorwaardelijke ISD-maatregel adviseert. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd eveneens afgewezen vanwege het ontbreken van voorwaarden die herhaling kunnen voorkomen.

Het hof bevestigde de beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep en het verzoek tot schorsing af.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de gevangenhouding wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Raadkamerappelnummer: [nummer]
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de [rechtbank] van [datum] , waarbij namens:

[verdachte]

[geboortedatum en plaats]
[adres]
[detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de [rechtbank] van [datum] , bij welke beschikking de gevangenhouding van [verdachte] werd bevolen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door haar raadsman
mr. R.T.A.G. Keller.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten diefstal van blikjes drank bij de Jumbo.
De rechtbank heeft op [datum] de gevangenhouding bevolen voor de duur van 90 dagen en tegen dat bevel is namens verdachte op [datum] hoger beroep aangetekend. Het hof behandelt dat beroep op 29 juli 2021. Nu de behandeling van het beroep eerst zes weken na het instellen van het hoger beroep plaatsvindt, is het hof van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de behandeling van het beroep voorspoedig is. Het hof zal volstaan met vast te stellen dat er geen sprake is van een voorspoedige behandeling en overweegt daartoe als volgt.
Tegen verdachte is een bevel gevangenhouding verleend voor de duur van 90 dagen. Het openbaar ministerie heeft te kennen gegeven voornemens te zijn te vorderen dat aan verdachte wordt opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
Voorts is het hof ermee bekend dat de tijd doorgebracht in voorarrest doorgaans niet in mindering wordt gebracht op de duur van deze maatregel. Dat heeft er in de praktijk toe geleid dat dit hof de duur van de gevangenhouding doorgaans beperkt tot 60 dagen teneinde te bevorderen dat de zaak voorspoedig inhoudelijk behandeld wordt. In de onderhavige zaak is aan het hof mede gedeeld dat de inhoudelijke behandeling van de zaak zal plaatsvinden op [datum] . Dat betekent dat de inhoudelijke behandeling ongeveer na verloop van 60 dagen gevangenhouding zal plaatsvinden. In dat opzicht is verdachte, naar het oordeel van het hof, derhalve niet in haar belangen geschaad, weshalve het hof zal volstaan met de vaststelling dat het beroep niet voorspoedig behandeld is.
Voor wat betreft de ernstige bezwaren en de gronden overweegt het hof als volgt.
Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten diefstal van [producten] bij de [winkel] . Verdachte heeft bekend en die bekentenis wordt naar het oordeel van het hof vooralsnog in voldoende mate ondersteund door de overige inhoud van het dossier.
Er is naar het oordeel van het hof gevaar voor herhaling. Verdachte is eerder meermalen met politie en justitie in aanraking gekomen voor soortgelijke feiten en is daar ook meermalen voor veroordeeld. Er is bij verdachte kennelijk sprake van criminogene leefomstandigheden zoals dakloosheid en gebruik van middelen. Dat alles doet ernstig vrezen voor herhaling.
Namens verdachte is een beroep gedaan op artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Die situatie doet zich naar het oordeel van het hof niet voor nu het openbaar ministerie voornemens is om een ISD-maatregel te vorderen en de reclassering inmiddels heeft geadviseerd om bij een veroordeling, een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
Het hof wijst af het beroep.
Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.
Het hof zal daar niet toe overgaan, nu het hof thans en vooralsnog niet ziet welke voorwaarden aan een schorsing moeten worden verbonden om de kans op herhaling terug te brengen tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gedaan op 29 juli 2021
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. G.P.M.F. Mols en mr. A.C. van der Schans, raadsheren, in tegenwoordigheid van B. Yazi, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 29 juli 2021
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]