ECLI:NL:GHSHE:2021:2587
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn hoger beroep
Verdachte is in voorlopige hechtenis gesteld wegens ernstige verdenkingen van medeplegen van oplichting, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Tegen de beschikking tot gevangenhouding is hoger beroep ingesteld. Het hof constateert dat het hoger beroep niet binnen de redelijke termijn van dertig dagen is behandeld, maar pas na bijna negentig dagen.
De vertraging is veroorzaakt doordat de rechtbank het dossier pas kort voor de zitting aan het hof heeft toegezonden. Het hof oordeelt dat hierdoor geen sprake meer is van een “effective remedy” zoals bedoeld in het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens. Ondanks de ernst van de bezwaren en het gevaar voor herhaling, weegt het belang van een tijdige rechtsgang zwaarder.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep gegrond, vernietigt de beschikking van de rechtbank en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op. Hiermee wordt de voorlopige hechtenis van verdachte beëindigd, waarmee het hof het belang van een spoedige rechtsgang benadrukt.
Uitkomst: Het hof heft de voorlopige hechtenis van verdachte op wegens overschrijding van de redelijke termijn voor behandeling van het hoger beroep.