Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[Handelsnaam] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/358815 / HA ZA 19-339)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 24 maart 2020;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De feiten en het geschil
4.De beoordeling
Ik heb [het paard 1] aan [geïntimeerde] verkocht voor € 350.000,=. De overeenkomst is niet op schrift gesteld. Het paard is gekeurd voor de verkoop en had geen medische problemen. [geïntimeerde] is een samenwerking met [de koper 1] aangegaan. Daar had ik niets mee te maken. De eerste € 100.000,= van voornoemd bedrag is betaald door [geïntimeerde] door middel van een ruil met het paard [het paard 3] .
dat [geïntimeerde] op verzoek van [appellant] op zoek is
venditore”) en [de koper 2] (“
acquirente”). Voor de bemiddeling is [geïntimeerde] niet betaald.
Ik heb vervolgens [het paard 2] naar Italië gestuurd en verkocht.”, maar het hof leidt daaruit niet af dat [geïntimeerde] hier erkent dat hij in privé eigenaar is geworden van [het paard 2] . Hij had immers al in de conclusie van antwoord het standpunt ingenomen dat het paard eigendom was van BG Sporthorses International [geïntimeerde] was de bestuurder van die BV en was daarom bevoegd om ook namens die BV te handelen. Een uitdrukkelijke erkenning of het prijsgeven van een verweer, leest het hof daarom niet in het gebruik van het woord “ik”. Dat betekent dat [appellant] moet stellen (en onderbouwen) dat hij het paard aan [geïntimeerde] in privé heeft verkocht. Daarvoor stelt hij onvoldoende. Immers stelt [appellant] niets concreets over het totstandkomen van die koopovereenkomst en ook niets over de inhoud ervan. Die gestelde verkoop is bovendien in tegenspraak met zijn eerdere stellingen dat het paard van [appellant] was en door [geïntimeerde] onbevoegd en zodoende onrechtmatig aan een derde zou zijn verkocht. Ook deze vordering is daarom niet toewijsbaar. Het hof komt zodoende niet toe aan de vraag of [geïntimeerde] of zijn vennootschap partij zou zijn geweest bij een beweerdelijke koopovereenkomst. Grief 2 faalt zodoende.