Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind en de toestemming voor verhuizing naar Duitsland. De moeder verzocht het hof om vervangende toestemming te verlenen voor verhuizing van het kind naar Duitsland, alsmede om de zorg- en opvoedingstaken anders te verdelen en andere gerelateerde verzoeken toe te wijzen. De vader verzocht afwijzing van deze verzoeken en handhaving van de door de rechtbank vastgestelde regeling.
Het hof oordeelde dat de moeder niet aannemelijk had gemaakt dat de vader toestemming had gegeven voor de verhuizing. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van het kind en de vader bij het handhaven van het hoofdverblijf bij de vader zwaarder wegen dan het belang van de moeder bij verhuizing. De moeder had onvoldoende onderbouwd dat zij in Nederland geen werk kon vinden en dat de verhuizing noodzakelijk was. Ook was de verhuizing onvoldoende doordacht en voorbereid.
De zorgregeling blijft ongewijzigd, waarbij het kind het hoofdverblijf bij de vader heeft en contact met de moeder volgens een vaste regeling plaatsvindt. Het hof wees het verzoek van de moeder af om een Duits paspoort voor het kind aan te vragen. De man had incidenteel hoger beroep ingesteld om naleving van de zorgregeling af te dwingen, maar dit werd afgewezen wegens gebrek aan herhaaldelijke niet-nakoming.
Beide ouders toonden bereidheid tot het inschakelen van hulpverlening om de communicatie te verbeteren en de spanningsklachten bij het kind te verminderen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing af; het hoofdverblijf van het kind blijft bij de vader.