Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het arrest in het incident van 26 januari 2021;
- het bij H-14 formulier door [geïntimeerde] ingediende bezwaar tegen de door [appellanten] als productie E gefourneerde brief/e-mail van [naam] van 26 augustus 2020, de reactie van [appellanten] , blijkende uit het H-16 formulier van 25 maart 2021 alsmede de mededeling van de rolgriffier van 26 maart 2021 dat op het bezwaar te zijner tijd door de behandelend kamer zal worden beslist;
- de bij H-12 formulier van 30 juni 2021 namens [appellanten] toegezonden producties 20 t/m 32;
- de bij H-12 formulier van 12 juli 2021 namens [geïntimeerde] toegezonden producties 69 en 70;
- de mondelinge behandeling waarbij beide partijen pleitnotities en voornoemde producties hebben overgelegd.
6.De verdere beoordeling
primairte bepalen dat het eindarrest in de plaats treedt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekeningen van [appellante] en [appellant] , dan wel
subsidiairop straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat [appellante] en [appellant] na betekening van het arrest weigerachtig zijn aan de inhoud van het arrest te voldoen.