ECLI:NL:GHSHE:2021:242
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijfplaats minderjarige na scheiding ouders
Deze zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg waarin het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader is vastgesteld. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over het kind, geboren in 2015.
De moeder verzoekt het hof het hoofdverblijf bij haar vast te stellen, stellende dat zij de hoofdopvoeder is en meer tijd beschikbaar heeft. Zij wijst op positieve pedagogische beoordelingen en een co-ouderschapsregeling sinds juni 2020. De vader en de gecertificeerde instelling (GI) pleiten voor het behoud van het verblijf bij de vader, verwijzend naar stabiliteit en veiligheid. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert bevestiging van de rechtbankbeslissing.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind gediend is met het verblijf bij de vader, mede vanwege de positieve ontwikkeling van het kind, de lagere veiligheidsrisico’s bij de vader en diens betere naleving van hulpverleningsafspraken. De moeder slaagt er niet in voldoende redenen aan te dragen om het hoofdverblijf te wijzigen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader blijft.