Uitspraak
5.Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tussenarrest van 3 september 2019 waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast;
- het tussenarrest van 19 januari 2021 waarin een mondelinge behandeling na memorie van antwoord is bepaald;
- de op 26 mei 2021 gehouden mondelinge behandeling;
- de bij e-mail van 21 mei 2021 door [appellante] toegezonden digitale versie van productie 2 bij memorie van grieven (een zestal tekeningen), die geacht wordt bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding te zijn gebracht;
- het proces-verbaal van de comparitie van 26 mei 2021.
6.De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
€ 69.331,01, vermeerderd met rente en kosten als vergoeding van de geleden schade.
€ 227.639,08 min de afbetaalde € 175.000,000 min de afgewezen gefactureerde posten (c, d, e) van in totaal € 13.377,69 en min schadepost f van € 169,00).
€ 1.367,19). [geïntimeerde] stelt dat partijen een hogere prijs zijn overeengekomen voor netten van 12 millimeter dik (€ 0,85 in plaats van € 0,75 per kilo) omdat dit duurder materiaal betreft.
Bij deze bevestiging zoals vorige week besproken, leveren en aanbrengen van de wapening op bovenvermeld werk;
Zie bijlage – nog enkele puntjes uitvoeren
Inzake het werk UPS zijn wij gisteren en vandaag verwittigd inzake de wapening, diverse kleine punten welke opgepakt dienen te worden. Gelieve de kwaliteit aan te houden zoals bij de eerste fase A4. Dadelijk lopen wij het risico dat de wapening afgekeurd wordt en de stort wordt geannuleerd met alle gevolgen van dien. [naam] neemt dit morgen door met [de uitvoerder][hof: [de uitvoerder] , uitvoerder [geïntimeerde] ]
op het werk.”
Voor gebreken in het werk na oplevering is de aannemer alleen aansprakelijk indien de opdrachtgever die op het tijdstip van oplevering niet redelijkerwijs had moeten ontdekken. [appellante] stelt het gebrek te hebben ontdekt en zelf te hebben verholpen. Dit betekent dat [geïntimeerde] niet aansprakelijk is voor de schade die [appellante] stelt te hebben geleden als gevolg van het herstel van de wapening. Grief 4 in principaal hoger beroep waarmee [appellante] opkomt tegen het afwijzen van de schadepost b in het bestreden vonnis slaagt niet. Het hof zal het bestreden vonnis op dit onderdeel bekrachtigen.
Wij hebben enkele bemerkingen op bovengenoemde factuur tw.
Bijgaand factuur [factuur 2] inzake het werk La Reserve te [plaats] .”
De 32 manuren ivm stagnatie zijn niet zonder meer akkoord, wij hebben eind deze week een afspraak op het werk en deze uren worden besproken met de uitvoerder.”
conclusie van antwoord heeft [appellante] de als productie 3 bij de dagvaarding door [geïntimeerde] overgelegde factuur van 8 december 2017 met factuurnummer [factuur 1] betwist. Volgens [appellante] zou dit de 32 stagnatie uren bij het project in [plaats] betreffen. Anders dan [appellante] in eerste aanleg heeft gesteld en de rechtbank heeft overwogen, staan op deze factuur geen 32 uren voor het project in [plaats] vermeld. Op deze factuur staan 32 uren vermeld ad
€ 1.360,000 in het project “UPS Eindhoven” met de vermelding:
In verband met het slopen wasvloer/hrslp en opnieuw erin zetten (besproken met uitvoerder [opdrachtgever] )”.
Hoofdaannemer zorgt voor verreiker type even in overleg.Hieruit leidt het hof af dat het ter beschikking stellen van de verreiker is gebeurd in het kader van de aanneemovereenkomst, als aangevoerd door [geïntimeerde] . De stelling van [appellante] dat tussen partijen een bruikleenovereenkomst ter zake gold, faalt dus. [geïntimeerde] dient als aannemer zorgvuldig om te gaan met het door de opdrachtgever ter beschikking gesteld materieel. Dat [geïntimeerde] in strijd hiermee onzorgvuldig met de verreiker heeft gereden waardoor schade is ontstaan, heeft [geïntimeerde] gemotiveerd betwist. Nu [appellante] zich beroept op het rechtsgevolg van deze stellingen, te weten een schadevergoedingsverplichting jegens haar van [geïntimeerde] , dient [appellante] deze stellingen te bewijzen.
Het hof zal de proceskosten in incidenteel hoger beroep tussen partijen compenseren, nu beide partijen daarin gedeeltelijk in het gelijk zijn gesteld.