ECLI:NL:GHSHE:2021:2222
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf voor diefstal met braak en afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
De verdachte is door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden wegens diefstal met braak en inklimming. In hoger beroep heeft het hof het vonnis bevestigd, waarbij het bewijs van de diefstal werd onderbouwd met onder meer de vondst van een autosleutel op het parkeerterrein die toebehoorde aan de benadeelde partij.
De verdediging stelde dat de verdachte wel op de plaats van de inbraak was geweest maar niets had weggenomen, wat het hof echter niet aannam. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de straf, terwijl de raadsman van de verdachte een geheel voorwaardelijke straf bepleitte, hetgeen het hof afwees vanwege eerdere veroordelingen en het feit dat de verdachte ten tijde van het bewezen feit in proeftijd liep.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd deels toegewezen voor een bedrag van €300 aan materiële schade, terwijl de vordering tot immateriële schade werd afgewezen. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf werd door het hof afgewezen omdat het bewezen feit niet binnen de proeftijd viel.
Het arrest is gewezen door mr. J. Platschorre, mr. S. Taalman en mr. M.A.M. Wagemakers en op 9 juli 2021 uitgesproken.
Uitkomst: De gevangenisstraf van 2 maanden wordt bevestigd en de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke straf wordt afgewezen.