ECLI:NL:GHSHE:2021:2154
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens onveiligheid bij moeder
In deze zaak staat de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, die sinds 19 augustus 2020 uit huis is geplaatst. De vader en moeder zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die de uithuisplaatsing toestond.
De vader betoogt dat de uithuisplaatsing niet in het belang van het kind is en dat hij in staat is voor het kind te zorgen, terwijl de moeder het eens is met het hoger beroep van de vader en stelt dat er geen grond is voor uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming handhaven het standpunt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege zorgen over de emotionele stabiliteit en veiligheid van het kind bij de moeder.
Het hof oordeelt dat de moeder op het moment van de beschikking onvoldoende fysieke en emotionele veiligheid kon bieden en dat de GI onvoldoende zicht had op haar mogelijkheden om zelf voor het kind te zorgen. De machtiging tot uithuisplaatsing van 12 februari tot 29 april 2021 wordt dan ook bekrachtigd. Het hof benadrukt het belang van een zorgvuldige toekomstgerichte beoordeling van de zorgmogelijkheden van de ouders, waarbij ook de rol van de vader wordt onderzocht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wegens onvoldoende veiligheid bij de moeder.