ECLI:NL:GHSHE:2021:2153
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en deeltijdmachtiging uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De minderjarige staat sinds maart 2018 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) en is sinds augustus 2020 uit huis geplaatst in een pleeggezin. De rechtbank had de ondertoezichtstelling verlengd en een deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing verleend.
De vader kwam in hoger beroep en stelde dat hij in staat is voor de minderjarige te zorgen en dat een deeltijdplaatsing bij hem mogelijk zou moeten zijn, zodat de minderjarige deels bij hem en deels bij de moeder kan verblijven. De moeder kwam incidenteel in hoger beroep en betwistte de noodzaak van de deeltijduithuisplaatsing, gaf aan de zorg goed aan te kunnen en wilde vooral praktische ondersteuning.
De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de moeder emotioneel instabiel is en niet in staat is de noodzakelijke rust en stabiliteit te bieden. De GI benadrukte de noodzaak van de uithuisplaatsing en dat een deeltijdplaatsing bij de vader op dit moment niet in het belang van de minderjarige is.
Het hof oordeelde dat de wettelijke gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn en dat de deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk was in het belang van de minderjarige. Het standpunt van de vader dat de deeltijdmachtiging bij hem had moeten worden uitgevoerd, werd verworpen. De beschikking van de rechtbank werd dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: De beschikking tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing wordt bekrachtigd.