Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het verloop van de procedure
- het op 27 december 2019 op de griffie binnengekomen H-formulier met producties 1 t/m 4 die [appellanten] op de comparitie van 5 februari 2020 in het geding heeft gebracht;
- het op 20 januari 2019 op de griffie binnengekomen H-formulier met brief van 17 januari 2020 en de producties 24 t/m 26 die de gemeente op de comparitie van 5 februari 2020 in het geding heeft gebracht;
- het proces-verbaal van de comparitie van 5 februari 2020, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
- de dagvaarding van 16 maart 2021 waarin [appellanten] heeft verzocht de zaak te hervatten en een nieuwe mondelinge behandeling te agenderen;
- de akte van [appellanten] van 30 maart 2021 waarin [appellanten] een rapport aan het hof heeft gezonden en opnieuw om een mondelinge behandeling heeft gevraagd;
- het H16-formulier van 30 maart 2021 waarin de gemeente daartegen bezwaar heeft gemaakt en heeft verzocht om arrest te wijzen.
2.De beoordeling
De gemeente heeft in de jaren ’90 een gemengd rioleringsstelsel aangelegd in de wijk. Omstreeks 1997 is het pand hierop aangesloten.
€ 3.078,00 uitgekeerd aan [appellanten] .
Het hof ziet aanleiding om eerst de incidentele grieven te behandelen.
Wat de gemeente in het kader van de planologische besluitvorming en vergunningverlening had kunnen en moeten doen maar zou hebben nagelaten waardoor de gemeente onrechtmatig zou hebben gehandeld jegens [appellanten] , heeft [appellanten] niet toegelicht en daarmee onvoldoende onderbouwd gesteld. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de planologische ontwikkeling en de daarop volgende privaatrechtelijke grondexploitatie van de omringende percelen reeds had plaatsgevonden voordat [appellanten] in 2001 het perceel [adres] kocht.
Ter onderbouwing van de stelling dat de riolering gebrekkig is heeft [appellanten] een rapport overgelegd van [naam] van 6 december 2019.
De grieven van [appellanten] falen voor zover ze uitgaan van een andere maatstaf.
Berekeningsmethodieken
De hydraulische rioolberekeningen bij Leidraadbui 08 zijn uitgevoerd. Dit komt theoretisch overeen met een overlastfrequentie van eenmaal per twee jaar (water op straat). Uitgangspunt is dat na 2010, door het afkoppelen van verhard oppervlak, de overlast door W.O.S. (water op straat) bij bui 08 niet meer voor komt.”
Pomp voor terrein [adres]
. Er is geen sprake van een reservepomp. Dit maakt het systeem kwetsbaar voor storing. De afvoercapaciteit van de huidige pomp in combinatie met de berging in de pompput, zorg theoretisch voor 1 keer per 2 jaar water op het maaiveld van het perceel. Het feit dat dit ook direct tot wateroverlast in de woning leidt, is niet acceptabel. Daarom is het noodzakelijk de pompinstallatie te vervangen door een systeem met twee pompen.”
- het feit dat bij uitval van de pomp of overstroming van de put ook vervuild afvalwater op het terrein en in de woning van [appellanten] komt;
- het feit dat het perceel van [appellanten] lager ligt dan de omringende percelen en de straat en daarmee kwetsbaar is voor wateroverlast.