ECLI:NL:GHSHE:2021:1810
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging executoriaal beslag op woning in hoger beroep
In deze civiele procedure vordert appellante schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij zij is veroordeeld tot terugbetaling van een geldbedrag en waarop executoriaal beslag is gelegd op haar woning en percelen grasland. De vordering tot schorsing werd in eerste aanleg afgewezen en appellante stelde hiertegen hoger beroep in.
Het hof overweegt dat appellante thans wel een spoedeisend belang heeft bij haar vordering, gelet op de dreiging van een openbare verkoop van haar woning. Desondanks oordeelt het hof dat de gronden voor schorsing niet aannemelijk zijn. Appellante slaagt er niet in een kennelijke misslag in de eerdere rechterlijke beslissingen aan te tonen, noch voldoende haar financiële situatie te onderbouwen om het belang van de executiehouder te overwegen.
Het hof benadrukt dat een veroordeling in principe uitvoerbaar dient te zijn, ook tijdens hoger beroep, tenzij zwaarwegende redenen zich voordoen. De emotionele waarde van de woning en de vermeende financiële problemen van appellante zijn onvoldoende om de executie op te schorten. De vorderingen tot schorsing worden daarom afgewezen en het vonnis in kort geding wordt bekrachtigd. Appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de executie af en bekrachtigt het vonnis in kort geding.