Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon, geboren in 2019, die lijdt aan ernstige medische aandoeningen en cognitieve beperkingen. De rechtbank had de machtiging verlengd tot november 2021 en het gezag van de moeder inmiddels beëindigd.
De moeder betoogt dat haar situatie verbetert door een nieuwe partner en een ondersteunend netwerk, en dat zij een eerlijke kans verdient om haar zoon thuis op te voeden. De gecertificeerde instelling (GI) voert aan dat de moeder vanwege haar eigen ernstige beperkingen en problematiek niet in staat is adequate zorg te bieden, dat de nieuwe relatie pril en onduidelijk is, en dat het netwerk onvoldoende steun biedt. De GI benadrukt de kwetsbaarheid van de minderjarige en de gespecialiseerde zorg in het huidige gezinshuis.
Het hof overweegt dat de machtiging terecht is verlengd omdat de thuissituatie onvoldoende veilig is en de moeder niet zelfstandig kan zorgen voor de complexe behoeften van haar zoon. De aanwezigheid van een nieuwe partner is onvoldoende concreet en biedt geen garantie voor verbetering. Het verblijf in het gespecialiseerde gezinshuis is noodzakelijk voor de optimale ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.