ECLI:NL:GHSHE:2021:14
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewind wegens vervallen noodzaak door zelfstandigheid verzoeker
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het verzoek tot opheffing van het bewind en mentorschap had afgewezen. Verzoeker had bij eerdere beschikking een bewind en mentorschap opgelegd gekregen vanwege een lichamelijke of geestelijke toestand.
Tijdens het hoger beroep trok verzoeker het verzoek tot opheffing van het mentorschap in, omdat dit inmiddels door een andere rechtbank was opgeheven. Het hof verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk voor dat deel van het verzoek. Het verzoek tot opheffing van het bewind werd wel inhoudelijk behandeld.
Verzoeker stelde dat hij voldoende zelfstandigheid had ontwikkeld om zijn vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen. Hij volgde een opleiding, had zijn rijbewijs behaald en woonde begeleid met het vooruitzicht op zelfstandig wonen. De bewindvoerder gaf aan weinig contact met verzoeker te hebben en kon daardoor niet beoordelen of bewind nog noodzakelijk was. De vader van verzoeker verklaarde bereid te zijn hem te ondersteunen bij financiële zaken.
Het hof oordeelde dat de noodzaak voor het bewind niet langer bestond, mede gelet op de persoonlijke groei en zelfstandigheid van verzoeker, en de ondersteuning door zijn vader. Het bewind werd per 1 februari 2021 opgeheven. De proceskosten werden gecompenseerd en de eerdere beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze het verzoek tot opheffing van het bewind afwees.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot opheffing van het bewind alsnog toegewezen met ingang van 1 februari 2021.