ECLI:NL:GHSHE:2021:1305

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
29 april 2021
Zaaknummer
200.274.239_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bijdrage kinderalimentatie jongmeerderjarige vastgesteld op €283 per maand

In deze civiele procedure ging het om de vaststelling van de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van een jongmeerderjarige. De vader was in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van een maandelijkse bijdrage van €283, waartegen hij hoger beroep instelde.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep bereikten partijen alsnog volledige overeenstemming over de hoogte van de bijdrage. Zij kwamen overeen dat de vader vanaf 1 september 2019 een bedrag van €283 per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige.

Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2019 en stelde de alimentatieverplichting vast overeenkomstig de tussen partijen bereikte regeling. Tevens werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard en werden de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vader moet vanaf 1 september 2019 €283 per maand betalen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer : 200.274.239/01
zaaknummer rechtbank : C/01/351028 / FA RK 19-4662
beschikking van de meervoudige kamer van 29 april 2021
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. P.J.J.A. Hendriks te Deurne,
tegen
[jongmeerderjarige],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: [jongmeerderjarige] ,
advocaat mr. M. Poort-van der Meeren te Eindhoven.

1.Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar voornoemde beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
De vader is op 18 februari 2020 in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van 29 november 2019.
2.2.
[jongmeerderjarige] heeft op 20 maart 2020 een verweerschrift ingediend.
2.3.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- het aanvullend beroepschrift van de vader met producties, ingekomen op 4 januari 2021;
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 9 maart 2021 met bijlagen, ingekomen op 10 maart 2021;
- een journaalbericht van de zijde van [jongmeerderjarige] van 11 maart 2021 met bijlagen, ingekomen op 12 maart 2021.
2.4.
De mondelinge behandeling in hoger beroep heeft op 25 maart 2021 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.
3. De feiten
3.1.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
3.2.
Uit de relatie van de vader en mevrouw [de moeder] (hierna: de moeder) is, op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , [jongmeerderjarige] geboren. De relatie tussen de vader en de moeder van [jongmeerderjarige] is begin 2001 geëindigd.

4.De omvang van het geschil

4.1.
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van [jongmeerderjarige] (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van [geboortedatum] 2018 bepaald op een bedrag van € 283,- per maand.
4.2.
De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

5.De motivering van de beslissing

5.1.
Tijdens een daartoe bedoelde schorsing van de mondelinge behandeling in hoger beroep hebben partijen alsnog algehele overeenstemming bereikt over hetgeen hen in hoger beroep verdeeld hield.
5.2.
Partijen zijn overeengekomen dat de vader met ingang van 1 september 2019 aan [jongmeerderjarige] als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie een bedrag van € 283,- per maand betaalt.
5.3.
Het hof zal de door partijen getroffen regeling in deze beschikking opnemen.

6.De slotsom

6.1.
Gelet op het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en beslissen als hierna onder 7 vermeld.
6.2.
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep – gelet op de aard van de procedure – compenseren.

7.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2019,
en opnieuw rechtdoende:
bepaalt dat de vader aan [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , met ingang van 1 september 2019 als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie een bedrag van € 283,- per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, C.N.M. Antens en E.M.C. Dumoulin en is op 29 april 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.