In deze civiele zaak staat de vaststelling van de schade centraal die is ontstaan doordat de huurder niet in de gelegenheid is gesteld de bedrijfsruimte te kopen voor de overeengekomen prijs. Het hof verwijst naar eerdere tussenarresten waarin reeds is vastgesteld dat alleen de hoogte van de schade nog openstaat.
De geïntimeerde heeft een schadebegroting overgelegd opgesteld door zijn accountant, waarin de hogere exploitatiekosten bij huur versus eigendom over een periode van 15 jaar zijn berekend. De appellant heeft deze begroting bestreden met een rapport van haar accountant, die kritiek uit op de eerdere deskundigenrapportage en de schadebegroting.
Het hof overweegt dat de discussie over de financieringsmogelijkheden reeds in eerdere tussenarresten is afgedaan en dat de bestreden begroting voldoende gemotiveerd is betwist. Omdat de geïntimeerde nog niet op het commentaar van de appellant heeft kunnen reageren, acht het hof het noodzakelijk een nieuw deskundigenbericht in te winnen.
Het hof stelt vragen op voor de deskundige over de schadebegroting, de standpunten van de accountants en overige relevante opmerkingen. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de deskundige en de vragen. De kosten van het deskundigenonderzoek worden voorlopig gelijkelijk verdeeld. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere procedure.