Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die zijn verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan hem heeft afgewezen.
De vader stelde dat de communicatie tussen hem en de moeder gebrekkig was, met weinig tot geen direct contact sinds 2017, en dat dit een onaanvaardbaar risico voor het kind opleverde. De moeder erkende de moeizame communicatie maar stelde dat zij via de instelling goed geïnformeerd werd en meewerkte aan beslissingen over het kind. Het kind verbleef sinds 2016 vrijwillig op een crisisgroep.
Het hof overwoog dat het gezamenlijk gezag alleen kan worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, of als wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk is. Het hof concludeerde dat de moeder betrokken blijft, mede door de rol van de instelling, en dat het verzoek van de vader onvoldoende aannemelijk maakt dat eenhoofdig gezag noodzakelijk is. Ook het belang van het kind bij het behouden van banden met beide ouders werd meegewogen.
Daarom bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt het gezamenlijk gezag over de minderjarige.