Uitspraak
2 Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- Aandeel man: 87 / 490 x 174 = 31,-
- Aandeel vrouw: 403 / 490 x 174 = 143,-
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de kinderalimentatie voor een minderjarige vastgesteld. De man was in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van €489 per maand, welke hij betwistte en verzocht tot vermindering naar €25 per maand. Het hof heeft de draagkracht van beide ouders en de behoefte van het kind beoordeeld.
De man ontving een WIA-uitkering en een inkomen uit arbeid, waaruit het hof een netto besteedbaar inkomen van €1.487 per maand berekende, resulterend in een draagkracht van €87. De vrouw had een netto besteedbaar inkomen van €2.216 per maand met een draagkracht van €403. De behoefte van het kind werd vastgesteld op minimaal €179 per maand, geïndexeerd vanaf 2010.
Het hof concludeerde dat de gezamenlijke draagkracht hoger was dan de behoefte, waardoor een draagkrachtvergelijking werd toegepast. Dit leidde tot een door de man te betalen alimentatie van €5, verminderd met zorgkorting, maar het hof volgde het verzoek van de man en stelde de alimentatie vast op €25 per maand. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de alimentatie werd met ingang van 1 februari 2020 vastgesteld, met indexering vanaf 1 januari 2021. Terugbetaling van teveel betaalde bedragen werd afgewezen vanwege omstandigheden en verbruik.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 februari 2020 €25 per maand kinderalimentatie betalen, verhoogd naar €25,75 vanaf 1 januari 2021.