ECLI:NL:GHSHE:2020:984

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 maart 2020
Publicatiedatum
17 maart 2020
Zaaknummer
20.002301.17
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen voorbereidingshandelingen amfetamineproductie

In hoger beroep is de verdachte verdacht van het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het opzettelijk bereiden, bewerken en verwerken van amfetamine. De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden. Zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie gingen in hoger beroep, maar het OM trok het hoger beroep in.

Tijdens het onderzoek werd DNA van de verdachte aangetroffen op een masker dat was gevonden op een productieplaats voor amfetamine. Daarnaast werden DNA-mengprofielen op latex handschoenen gevonden waarbij de verdachte niet kon worden uitgesloten als donor. Desondanks oordeelde het hof dat deze aanwijzingen onvoldoende zijn om vast te stellen dat de verdachte daadwerkelijk op de productieplaats aanwezig was geweest.

Het hof concludeerde dat er geen andere aanwijzingen voor betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit aanwezig zijn. De verklaring van de verdachte over het aantreffen van zijn DNA werd als niet erg waarschijnlijk beoordeeld, maar dit veranderde niets aan het gebrek aan bewijs. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen voorbereidingshandelingen amfetamineproductie.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002301-17
Uitspraak : 18 maart 2020
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 12 juli 2017 in de strafzaak met parketnummer 01-860465-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te Goirle op [geboortedag] 1982,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van – kort gezegd – het medeplegen van voorbereidingshandelingen, gericht op het opzettelijk bereiden, bewerken en verwerken van amfetamine, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden.
De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep ingetrokken.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep bevestigt, met uitzondering van de straf en in zoverre opnieuw rechtdoende de verdachte veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van 855 dagen.
Van de zijde van de verdachte is vrijspraak bepleit en een verweer met betrekking tot de straf gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2016 tot en met 22 juni 2016 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, (in (een) stalruimte(n)/bedrijfsruimte(n) op het perceel [adres] te Maarheeze, gemeente Cranendonck) en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen:
  • zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
  • voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat dit/deze bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s):
  • (een) stalruimte(n)/bedrijfsruimte(n) op het perceel [adres] te Maarheeze, gemeente Cranendonck, ter beschikking gesteld en/of
  • een grote hoeveelheid jerrycans en/of vaten en/of (andere soorten) verpakkingen met daarin grote hoeveelheden chemicaliën en/of grondstoffen voorhanden gehad, waaronder zwavelzuur en/of zoutzuur en/of formamide en/of mierenzuur en caustic soda en/of BMK en/of BMK-glycidezuur en/of APAA en/of amfetamine en BMK in methanol en/of
  • meerdere onderdelen van (een) productieopstelling(en) voorhanden gehad, waaronder een of meerdere ketel(s) en/of gasbrander(s) en/of gasflessen en/of koeler(s) en/of pomp(en) en/of
  • een hoeveelheid laboratoriummaterialen voorhanden gehad, waaronder een of meerdere jerrycan(s)/vat(en) en/of maatbeker(s) en/of elektrische verwarmingsdeken(s) en/of lekbak(ken) en/of trechter(s) en/of veiligheidsmasker(s) en/of handschoen(en);
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Het hof leidt uit de stukken in het dossier af dat tijdens het sporenonderzoek op het perceel [adres] te Maarheeze, waar op 22 juni 2016 een productieplaats voor amfetamine werd aangetroffen, DNA-materiaal van de verdachte is gevonden op een masker en DNA-mengprofielen zijn gevonden op meerdere latex handschoenen, waarvan de verdachte niet als donor kan worden uitgesloten. Deze aanwijzingen zijn echter niet genoeg voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, want met deze aanwijzingen staat nog niet vast dat de verdachte op de productieplaats is geweest. Andere aanwijzingen voor de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde zijn in het dossier niet voorhanden. Dat de verdachte een niet erg waarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor het aantreffen van zijn DNA op het op de productieplaats gevonden masker, maakt het voorgaande niet anders.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. K.J. van Dijk en mr. M.E.F.H. van Erve, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M. Martens, griffier,
en op 18 maart 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. M.E.F.H. van Erve zijn buiten staat het arrest mede te ondertekenen.