Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] (België),
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het pleidooi d.d. 15 mei 2019, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de aanvullingen op het procesdossier van de eerste aanleg, waarmee bij gelegenheid van het pleidooi het procesdossier van de eerste aanleg is gecompleteerd;
- de bij H16 formulier op 1 mei 2019 door mr. Kreutzkamp overgelegde vijf producties, die door mr. Kreutzkamp bij gelegenheid van het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht;
- de brief van mr. Kreutzkamp met bijlagen aan het hof d.d. 24 mei 2019;
- de depotakte van 28 mei 2019 waaruit blijkt dat door mr. Eikelboom stukken ter griffie zijn gedeponeerd;
- de akte van [geïntimeerde 1] met bijlagen d.d. 28 mei 2019 met de producties 5 tot en met 8;
- de (antwoord)akte van [appellant] d.d. 2 juli 2019.
6.De verdere beoordeling
“dat de bedrijfsruimte welke deel uitmaakt van genoemde onroerende zaak per 15
“Te verrekenen met het
7.De uitspraak
1. opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest; en
2. akte aan de zijde van [appellant] met de hiervoor in rov. 6.11.8, 6.11.9 en 6.12.3 vermelde doeleinden, waarna [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] in de gelegenheid zullen worden gesteld hierop bij antwoordakte te reageren;