In deze zaak staat de informatieverplichting van de moeder jegens de vader over hun drie minderjarige kinderen centraal. De rechtbank had bepaald dat de moeder de vader tweemaal per jaar schriftelijk moet informeren over belangrijke gebeurtenissen, inclusief medische informatie, met een dwangsom bij niet-naleving voor het derde kind. De moeder is hiertegen in hoger beroep gekomen en verzocht om beperking van deze informatieplicht, met name voor de oudste twee kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling verschenen de moeder, de gecertificeerde instelling, en de raad, terwijl de vader niet kwam opdagen. De kinderen hadden eerder onder toezicht gestaan van de gecertificeerde instelling. De moeder wilde geen medische informatie over de oudste twee kinderen delen vanwege traumatische ervaringen waarbij de vader betrokken was. De gecertificeerde instelling en de raad benadrukten het belang van informatievoorziening voor het contact tussen vader en kinderen.
Het hof oordeelde dat de moeder de vader minimaal eenmaal per twee maanden moet informeren over schoolprestaties, gezondheid, doktersbezoeken, medische behandelingen, medicijngebruik, hobby’s en overige activiteiten van alle drie de kinderen, met uitzondering van inhoudelijke informatie over therapieën van de oudste twee kinderen. Voor het derde kind blijft de dwangsom van €250 per keer van kracht. De moeder moet deze informatieplicht nauwgezet nakomen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze aangepaste regeling.