Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/250070 / HA ZA 18-243)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
manin conventie, voor zover in hoger beroep van belang, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
vrouwvordert, voor zover in hoger beroep van belang, na vermeerdering en vermindering van eis, in reconventie dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de man te veroordelen tot betaling van € 6.181,75 vanwege de hypothecaire lasten.
conventie:
- bepaald dat partijen voor een gelijk deel draagplichtig zijn voor de schuld van € 17.528,78 aan de ouders;
- bepaald dat de vrouw voor de inboedel € 187,-- aan de man moet voldoen;
- de proceskosten gecompenseerd;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
reconventievan de vrouw tot veroordeling van de man tot betaling aan haar van € 6.181,75 vanwege hypothecaire lasten, heeft de rechtbank bij vonnis (voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad), afgewezen.
vrouwheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis voor wat betreft de draagplicht van partijen voor de schuld aan de ouders van de man en
opnieuw rechtdoendebij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de overeenkomst van geldlening (grieven 1 tot en met 6 waarvan grief 6 een zogenaamd veeggrief is die geen afzonderlijke bespreking behoeft);
- de woonlasten (grief 7).
manheeft de grieven in
principaal hoger beroepweersproken. Hij heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar vorderingen althans afwijzing daarvan met veroordeling van de vrouw in de proceskosten in beide instanties.
incidenteel hoger beroepheeft hij geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis (het hof begrijpt: voor zover dat aan het oordeel van het hof is onderworpen) en
opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de inboedel (grieven 1, 2 en 3);
- de huurtermijnen voor de woning (grief 4).
vrouwkomen er in de kern genomen op neer dat i) geen sprake is van een overeenkomst van geldlening, ii) geen sprake is van een gemeenschappelijke schuld, iii) de schuld verknocht is aan de man en iv) de eisen van redelijkheid en billijkheid ertoe leiden dat de man geheel draagplichtig is voor de schuld aan zijn ouders. De vrouw heeft de juistheid en verschuldigdheid van de lening nooit erkend en in de akte van verdeling hebben partijen elkaar over en weer algehele kwijting verleend.
manheeft de grieven weersproken.
hofoverweegt als volgt.
rechtbankoverwoog in rov. 4.40. van het bestreden vonnis:
vrouwricht zich tegen deze rov. 4.40. van het bestreden vonnis. Zij licht haar grief als volgt toe.
manstelt dat partijen de afspraak hebben gemaakt dat de vrouw de hypotheeklasten de eerste twee jaar zou dragen. De vrouw heeft dit ook ter comparitie erkend. Er is al die tijd uitvoering gegeven aan deze afspraak; de vrouw heeft anderhalf jaar stilzwijgend de hypotheeklasten voldaan. Van een precaire financiële situatie voor de vrouw was geen sprake, omdat zij aangaf dat er in tijd nog zelfs financiële ruimte was voor verbouwing van de badkamer. Het is juist dat partijen de intentie hadden de woning aan een derde te verkopen, maar niet valt in te zien waarom de afspraak over de hypotheeklasten niet meer van kracht zou zijn als de man uiteindelijk zelf de woning overneemt.
subsidiaireen beroep op de gehele, althans gedeeltelijke, verrekening van de hypotheeklasten met de gebruikersvergoeding zodat hij niets meer aan de vrouw is verschuldigd.
hofoverweegt als volgt.
manheeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat hij onvoldoende heeft gesteld dat de vrouw de bij dagvaarding vermelde inboedelgoederen heeft meegenomen dan wel weggegooid. De man heeft zijn grief als volgt toegelicht.
vrouwheeft de grieven weersproken.
hofoverweegt als volgt.
manheeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de woning niet onbewoonbaar was, waardoor de vrouw de huurtermijnen van de vervangende woonruimte niet hoeft te voldoen.
vrouwheeft de grief weersproken. De woning was bij de overdracht bewoonbaar. Het schimmelprobleem in de badkamer bestond reeds toen partijen nog samenwoonden. De vrouw heeft juist veel werkzaamheden verricht ter verbetering van de woning. De man heeft er zelf voor gekozen om de plafonds van de bovenverdieping uit te breken na overdracht van de woning. Dat de woning hierdoor enige tijd niet bewoonbaar was, komt voor zijn rekening.
rechtbankoverwoog in rov. 4.18:
hofoverweegt als volgt.
4.De uitspraak
- de bepaling dat partijen voor een gelijk deel draagplichtig zijn voor de schuld van € 17.528,78 aan de ouders van de man;
- de afwijzing van de vordering van de vrouw tot veroordeling van de man om € 6.181,75 voor hypothecaire lasten aan de vrouw te voldoen;
- veroordeelt de vrouw om binnen veertien dagen na het te wijzen arrest, althans betekening daarvan, € 250,-- aan de man te voldoen vanwege de verkoop van de schuttingen;
- bepaalt dat de man binnen veertien dagen na het wijzen van dit arrest, althans binnen veertien dagen na betekening daarvan, aan de vrouw € 5.865,75 aan hypothecaire lasten te voldoen;