In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg heeft het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €103.155,-, waarbij een matiging van 5% is toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De betrokkene werd eerder veroordeeld voor medeplegen van het buiten het grondgebied brengen en de handel in amfetamine en MDMA.
Het hof heeft de hoeveelheid geleverde amfetamine en XTC-pillen opnieuw beoordeeld. Anders dan de rechtbank volgt het hof de verklaring van de betrokkene over de amfetamineleveringen, omdat observaties geen wekelijkse leveringen aantoonden en de gebruikte sms-berichten niet eenduidig zijn voor de gehele periode. Het voordeel uit amfetamineleveringen wordt geschat op €79.155,- en uit XTC-pillen op €24.000,-.
De betalingsverplichting is vastgesteld op €103.155,-, verminderd met 5% matiging wegens termijnoverschrijding, resulterend in €97.997,-. Het hof acht het niet aannemelijk dat betrokkene niet aan deze verplichting kan voldoen, ondanks zijn detentie en schulden. Tevens is de duur van de gijzeling vastgesteld die maximaal kan worden gevorderd bij niet-betaling.