6.3.[geïntimeerde] heeft bij (de op voorhand bij brief van 22 mei 2019 toegezonden) akte van 27 juni 2019 producties 34 tot en met 52 in het geding gebracht, zijnde dezelfde stukken die zijn overgelegd in de zaak die heeft geleid tot het arrest van dit hof van 16 juli 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:2531). Uit deze producties blijkt het volgende (zie ook overweging 23.12 van voornoemd arrest): a. a) Dexia heeft vanaf 2007 een memorandum gevoegd bij haar processtukken in veel zaken. Daarin staat dat tussenpersonen doorgaans beleggingsadvies gaven en een adviseursrol hadden.
b) Bank Labouchère heeft jaarverslagen gepubliceerd over het jaar 1998. Daarin staat dat de leaseproducten zijn gericht op spaarders en beleggers die behoefte hebben aan persoonlijk advies door een onafhankelijke intermediair.
c) Bank Labouchère publiceerde destijds een tekst op haar website en deed nadere uitlatingen, waaruit blijkt dat zij de tussenpersoon beschouwde als financieel adviseur.
d) De STE heeft destijds laten weten dat zelden niet werd geadviseerd (brief van 5 februari 2002 aan effecteninstellingen).
e) De directie heeft in de krant in 1998 gezegd dat de tussenpersonen adviseren.
f) [destijds accountmanager bij Dexia] (accountmanager Dexia destijds) heeft in een interview verklaard over advisering en zijn wetenschap daarvan. [destijds accountmanager bij Dexia] had destijds als accountmanager Spaar Select in zijn portefeuille.
g) [een andere accountmanager bij Dexia 1] , een andere accountmanager bij Dexia destijds, heeft verklaard over persoonlijke advisering door tussenpersonen en zijn wetenschap.
h) [een andere accountmanager bij Dexia 2] , een andere accountmanager bij Dexia destijds, heeft verklaard over instructies voor tussenpersonen met betrekking tot producten en over zijn wetenschap van advisering om overwaarde te investeren.
i. i) [voormalig directielid bij Dexia] , voormalig directielid Dexia, heeft verklaard dat de directie van Dexia de jaarverslagen onderschreef, waaruit blijkt dat tussenpersonen onafhankelijke financiële adviseurs waren die de effectenleaseproducten verkochten met persoonlijke advisering.
j) [destijds accountmanager bij Bank Labouchere] , destijds accountmanager bij Bank Labouchère, heeft verklaard nooit te hebben gesproken over of een cliëntenremisier mocht adviseren over een leaseproduct. Kennelijk liet [destijds accountmanager bij Bank Labouchere] tussenpersonen daarin vrij.
k) [een andere accountmanager bij Dexia 2] , voormalig medewerker bij Dexia, heeft verklaard tegen tussenpersonen te hebben gezegd dat zij niet moesten adviseren over welke aandelen een juiste of onjuiste keuze zouden zijn. [een andere accountmanager bij Dexia 2] wist wel dat tussenpersonen adviseerden leaseproducten af te nemen.
l) E-mailverkeer tussen [medewerker bij Spaarselect] (Spaar Select) en [destijds accountmanager bij Dexia] (Dexia) maakt duidelijk dat er veel contact was.