Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. Graafmans
- de bewindvoerder, vertegenwoordigd door [medewerker] ;
- de echtgenote van [appellant] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het hof heeft bij uitspraak van 24 december 2020 het hoger beroep behandeld van appellant tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot opheffing van het bewind had afgewezen. Appellant betoogde dat het bewind niet langer nodig was en verzocht subsidiair om benoeming van zijn echtgenote tot bewindvoerder.
De kantonrechter had in 2011 bewind ingesteld vanwege problematische schulden en het niet kunnen beheren van vermogensrechtelijke belangen. Appellant stelde dat hij en zijn echtgenote inmiddels hun financiën samen konden beheren, dat hij geen verslavingsproblemen meer had en dat het traject naar zelfredzaamheid door toedoen van de bewindvoerder niet was geslaagd.
De bewindvoerder stelde dat het bewind nog steeds noodzakelijk was omdat appellant onvoldoende had aangetoond zijn financiën zelfstandig te kunnen beheren en dat het contact met appellant vooral via zijn echtgenote verliep, wat de zelfredzaamheid bemoeilijkte. De echtgenote van appellant bevestigde dat zij samen de financiën beheren, maar dat het niet duidelijk was waar het spaargeld was gebleven.
Het hof oordeelde dat op basis van de stukken en mondelinge behandeling niet was gebleken dat de noodzaak van het bewind was komen te vervallen. Ook was het niet voldoende duidelijk dat appellant en zijn echtgenote samen hun financiële belangen behoorlijk konden waarnemen. Het hof benadrukte dat een constructief gesprek met de bewindvoerder noodzakelijk is om dit te kunnen aantonen. Daarom werd het verzoek tot opheffing van het bewind en tot benoeming van de echtgenote als bewindvoerder afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind en wijst het verzoek tot benoeming van de echtgenote als bewindvoerder af.