Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- het 03-700491-15 primair en 03-700423-16 primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren;
- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden, met aftrek van het voorarrest;
- de vordering van [benadeelde partij/ slachtoffer] zal toewijzen tot een bedrag van € 36.311,20, bestaande uit € 21.311,20 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 juli 2015, dossierpagina's 58-61, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij/ slachtoffer] :
Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 29 juli 2015, dossierpagina's 64-68, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij/ slachtoffer] :
(het hof begrijpt: [broertje 1 benadeelde partij/ slachtoffer] ) aanhet vechten was met een jongen. Ik wilde dit gevecht beëindigen. Ik bukte me hierop en zat op mijn hurken om ze uit elkaar te halen. Ik voelde dat er achter mij iets gebeurde. Ik zag in mijn ooghoek iemand met iets in zijn linkerhand. Volgens mij had hij ook een tattoo op zijn linkeronderarm. Deze tattoo zat aan de binnenzijde van zijn linkeronderarm. Dit waren volgens mij letters.
(het hof begrijpt: de persoon die aangever in zijn verklaring heeft omschreven en persoon 2 is genoemd).Ik weet dit wel honderd procent zeker.
Bericht van de afdeling Heelkunde van het academisch ziekenhuis in Maastricht d.d. 25 juli 2015, opgenomen in productie 1 bij de brief d.d. 28-11-2016 van mr. Lie:
(het hof begrijpt anamnese):met scherp voorwerp in de linker bovenarm gestoken. Weet niet of dit een mes of een glasscherf was.
Het proces-verbaal van verhoor getuige door de raadsheer-commissaris d.d. 20 augustus 2019, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij/ slachtoffer] :
(het hof begrijpt: [broertje 1 benadeelde partij/ slachtoffer] )bovenop deze blonde jongen en hij ging er echt op los. Ik probeerde mijn broertje er vanaf te halen. Beiden lagen op dat moment op de grond. Ik stond voorovergebogen boven hem om mijn broertje er vanaf te halen. Ik draaide mij op enig moment om. Ik zag dat de verdachte iets in zijn hand had.
(het hof begrijpt: [betrokkene 1] ), de jongen op de grond, mij niet gestoken heeft. De raadsman vraagt hoe ik dat zo zeker weet. Het is deze [betrokkene 1] geweest die op de grond lag en ik voelde de prik van achteren en niet van boven of onder. Dus daarom ben ik er zeker van. Mijn broer lag ook over hem heen, ook toen ik mij omdraaide. Ik heb hem er niet vanaf gekregen.
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 juli 2015, dossierpagina's 153-156, voor zover inhoudende als verklaring van [moeder benadeelde partij/ slachtoffer] :
(het hof begrijpt dat het inmiddels 25 juli 2015 was)
Een forensisch medisch onderzoek van een 23-jarige man met een snijverwonding d.d. 21 augustus 2015, dossierpagina's 86-90, opgemaakt door forensisch geneeskundige KNMG M.WG. Govaerts:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juli 2015, dossierpagina’s 33-34, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
(het hof begrijpt: [benadeelde partij/ slachtoffer] ). Ik zag dat hij een riem onder zijn linker bovenarm had, kennelijk om zo de bloeding te stoppen.
Kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 49-50.
Het forensisch geneeskundige onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 3 mei 2016, nummer 2015.10.07.167, opgemaakt door de NFI-deskundige H.N.J.M. van Venrooij, voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Het aanvullend rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 21 januari 2016, nummer 2015.10.07.167, opgemaakt door de NFI-deskundige J.L.W. Dieltjes, voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Het proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte d.d. 21 september 2015, dossierpagina's 302-306 voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] :
(het hof begrijpt: het feest in [adres benadeelde partij/ slachtoffer] dat begon op 24 juli 2015 en doorging op 25 juli 2015).Samen met [bijnaam verdachte] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] . Ik ben ook teruggegaan in de auto met dezelfde personen als waarmee ik was gegaan.
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 5 april 2017:
(het hof begrijpt: op 24 juli 2015/25 juli 2015).Ik was uitgenodigd voor het feest. Ik ben gebracht met de auto. In de auto zaten o.a. [betrokkene 3] , [betrokkene 2] en ik. Met uitzondering van [betrokkene 3] , is iedereen mee teruggereden in de auto. Er was ruzie tussen [betrokkene 1]
(het hof begrijpt: [betrokkene 1]) en [benadeelde partij/ slachtoffer]
(het hof begrijpt: [benadeelde partij/ slachtoffer] ).Ik zat in de garage en ik hoorde klappen. Ik ging kijken wat er aan de hand was. Ik zag dat [benadeelde partij/ slachtoffer] met [betrokkene 1] vocht. [broertje 1 benadeelde partij/ slachtoffer] haalde [benadeelde partij/ slachtoffer] wel snel van [betrokkene 1] af. Daarna verplaatste het gevecht zich vanuit de achtertuin naar de zijkant van de tuin. Dat was meer naar de oprit toe, aan de zijkant van het huis. Toen gingen mensen elkaar duwen. Ik hoorde een gil en toen hoorde ik [benadeelde partij/ slachtoffer] zeggen: “Ik voel mijn arm niet meer”. Ik zag mensen onder het bloed. U vraagt mij wie er onder het bloed zaten. [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] , [betrokkene 2] en ik zaten onder het bloed. Dat bloed spoot uit de arm van [benadeelde partij/ slachtoffer] . Ik zag mensen huilen en wegrennen. Dan blijf je niet staan. Ik zag bloed, dus het was voor mij gedaan. Ik rende weg.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
43 (drieënveertig) maanden.
Vordering van [benadeelde partij/ slachtoffer]
€ 15.956,20 (vijftienduizend negenhonderdzesenvijftig euro en twintig cent) bestaande uit € 956,20 (negenhonderdzesenvijftig euro en twintig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.