Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 17 augustus 2019 in de gemeente Kerkrade, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een Fiat Stilo, daarmede rijdende over een weg, althans een pad, in het park behorend bij Kasteel Erenstein, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl hij, verdachte, verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank en/of niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,
hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval, dat had plaatsgevonden in Kerkrade op/aan de Oud-Erensteinerweg, op of omstreeks 17 augustus 2019 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer] ) is gedood, dan wel letsel en/of schade aan een ander is toegebracht en/of daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.
hij op 17 augustus 2019 in de gemeente Kerkrade, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een Fiat Stilo, daarmede rijdende over een weg, bij Kasteel Erenstein, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer onvoorzichtig, terwijl hij, verdachte, verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank en niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,
hij, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval, dat had plaatsgevonden in Kerkrade aan de Oud-Erensteinerweg, op 17 augustus 2019 de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden letsel aan een ander is toegebracht en naar hij wist schade aan een ander is toegebracht en dat door het verlaten van de plaats van vorenbedoeld ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
7 (zeven) jaren.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
€ 3.494,71 (drieduizend vierhonderdvierennegentig euro en eenenzeventig cent)ter zake van
materiële schade, vermeerderd met de
wettelijke rentevanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
€ 3.494,71 (drieduizend vierhonderdvierennegentig euro en eenenzeventig cent)als vergoeding voor
materiële schade, vermeerderd met de
wettelijke rentevanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
gijzelingop ten hoogste
44 (vierenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.