ECLI:NL:GHSHE:2020:3428

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 november 2020
Publicatiedatum
3 november 2020
Zaaknummer
200.236.147_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over aanvullend voorschot voor deskundigenonderzoek in civiele procedure over beveiligingssysteem

In hoger beroep in een civiele zaak over gebreken aan een beveiligingssysteem heeft het gerechtshof besloten over de kosten van een deskundigenonderzoek. Na eerdere tussenarresten is een deskundige benoemd die een rapport moet opstellen over de kwestie.

Appellanten voldeden een voorschot van €3.500, maar de deskundige vroeg een aanvullend voorschot van €3.025. Het hof gaf partijen de gelegenheid hierop te reageren. Geïntimeerde vond dat appellanten deze kosten moeten dragen, appellanten stemden onder voorwaarde in dat de deskundige voortvarend het onderzoek voortzet.

Het hof bepaalt dat appellanten het aanvullende voorschot zullen voldoen na ontvangst van de nota, waarna het onderzoek wordt voortgezet. Indien de kosten hoger uitvallen, moet de deskundige het hof tijdig informeren. De zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het deskundigenrapport, met een rolzitting gepland op 12 januari 2021.

Uitkomst: Appellanten moeten een aanvullend voorschot van €3.025 betalen waarna het deskundigenonderzoek wordt voortgezet en de zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het rapport.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.236.147/01
arrest van 3 november 2020
in de zaak van

1.[appellant] ,

2.
[appellante],
hierna gezamenlijk: [appellanten] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. J.W. van Koeveringe te Middelburg,
tegen
[de vennootschap],
hierna: [geïntimeerde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J. Franken te ’s-Gravenhage,
als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 15 mei 2018, 10 september 2019 en 28 januari 2020 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer/rolnummer C/02/320963 / HA ZA 16-670 tussen partijen gewezen vonnis van 15 november 2017.

11.Het tussenarrest van 28 januari 2020

Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door de heer B. Schot, verbonden aan [ingenieursbureau] Ingenieursbureau B.V. Verder is bepaald dat het voorschot van € 3.500,= voorlopig ten laste van [appellanten] komt. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald 26 mei 2020. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

12.Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling

[appellanten] heeft op 6 februari 2020 het voorschot van € 3.500,= op de aangegeven wijze voldaan.
De deskundige heeft bij e-mailbericht van 17 september 2020 aan de griffier van het hof het verzoek gedaan om een aanvullend voorschot van € 2.500,= exclusief btw (is inclusief btw
€ 3.025,=).
Op 22 september 2020 heeft de griffier van het hof per brief partijen bericht dat de deskundige een aanvullend voorschot heeft verzocht en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Per faxbrief van 6 oktober 2020 heeft [geïntimeerde] aangegeven zich dienaangaande aan het oordeel van het hof te refereren met dien verstande dat zij van menig is dat de kosten van het aanvullend voorschot dienen te worden gedragen door [appellanten] .
Per H16 formulier van 6 oktober 2020 heeft [appellanten] aangegeven dat deze bereid is deze aanvullende som te voldoen, mits de deskundige ook voortvarend aan de slag gaat met het vervolg.
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

13.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 3.025,= (inclusief btw),
bepaalt dat [appellanten] het bedrag van € 3.025,= (inclusief btw), zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op
twee maandenna het bericht van de griffier;
verwijst de zaak naar de rol van 12 januari 2021 in afwachting van het deskundigenbericht;
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, L.S. Frakes en G.J.S. Bouwens en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 november 2020.
griffier rolraadsheer